Naar de inhoud

Kruispunten

De openbare weg 13 min. leestijd Gecontroleerd op 30/10/2026

Les 2 / 48

Een kruispunt is de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen, ongeacht de vorm. U nadert het altijd met extra voorzichtigheid, ook als u voorrang hebt, en u leest in een vaste volgorde wie mag doorrijden: bevoegd persoon, verkeerslichten, verkeersborden en dan voorrang van rechts; zonder verkeerslichten of bevoegd persoon gaat de tram voor u. Bij het afslaan verleent u voorrang aan tegenliggers, fietsers en voetgangers: die fouten zijn zware fouten bij het examen.

In deze les leert u:

  • Een kruispunt in de zin van de wegcode herkennen en het onderscheiden van het uitrijden van een eigendom, een plein of een rotonde.
  • Een kruispunt in de juiste volgorde lezen: bevoegd persoon, verkeerslichten, voorrangsborden, voorrang van rechts, zonder de tram te vergeten.
  • Rechts en links afslaan met voorrang voor de juiste weggebruikers, en weten welke fouten zware fouten zijn (−5).
  • De regels toepassen die eigen zijn aan kruispunten: het niet oprijden als u er dreigt vast te komen staan, het vrijmaken, er niet inhalen, niet stilstaan op minder dan 5 m.
  • Weten waar de standaardsnelheid na een verkeersbord C43 opnieuw geldt, naargelang van het Gewest.

Een kruispunt is volgens de wegcode de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen (art. 2.9): een kruisvormig kruispunt, een T- of Y-splitsing, een plein, een rotonde. De rijlijnen snijden elkaar er: de wegcode vraagt u er dubbel voorzichtig te zijn, ook als u voorrang hebt (art. 12.2). In deze les leert u een kruispunt te lezen, er af te slaan zonder zware fout, en te weten wanneer u het mag oprijden, er mag inhalen of er mag stilstaan.

De kern in zes punten

  • Kruispunt = plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen (art. 2.9). Uit uw garage komen is geen kruispunt naderen: het is een manoeuvre (art. 12.4).
  • Dubbele voorzichtigheid bij het naderen, of u nu voorrang hebt of niet (art. 12.2).
  • Volgorde om te lezen: bevoegd persoon, werkende verkeerslichten, voorrangsborden, voorrang van rechts (art. 6 en 12.3.1). Zonder verkeerslichten of bevoegd persoon gaat de tram voor u (art. 12.1).
  • Bij het afslaan: u verleent voorrang aan tegenliggers, aan fietsers die rechtdoor rijden en aan voetgangers die oversteken (art. 19.3 tot 19.5). Zware fout bij het examen.
  • Zelfs bij groen licht rijdt u het kruispunt niet op als u er dreigt vast te komen staan (art. 14.2).
  • Stilstaan noch parkeren op minder dan 5 m van een kruispunt (art. 24).

Wat is een kruispunt volgens de wegcode?

Artikel 2.9 geeft een korte definitie: het kruispunt is “de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen”. De vorm speelt geen rol. Een kruisvormig kruispunt, een straat die in een T op een rijbaan uitkomt, een Y-splitsing, een kruispunt met vijf takken: het zijn allemaal kruispunten. Het woord “kruising”, dat in de omgangstaal vaak wordt gebruikt, wordt in de wegcode van 1975 niet gedefinieerd. In de praktijk bedoelt men er hetzelfde mee.

Doorslaggevend is dat twee openbare wegen samenlopen. Uit uw garage of uw oprit in Luik rijden is dus niet “een kruispunt naderen”: het is een manoeuvre. Wie een manoeuvre uitvoert, verleent voorrang aan alle andere weggebruikers, of ze nu van rechts of van links komen (art. 12.4). Zie de les Manoeuvres, uit een eigendom komen en achteruitrijden.

Aardewegen en paden

Een aardeweg of een pad is een openbare weg (art. 2.5 en 2.6). Waar die een weg ontmoet, is er dus wel degelijk een kruispunt. Er geldt echter een bijzondere regel: de bestuurder die eruit komt op een openbare weg met een rijbaan, verleent voorrang aan iedereen die daar rijdt (art. 12.3.1, b). Een aardeweg behoudt zijn hoedanigheid, ook als de laatste meters bij de aansluiting geasfalteerd zijn (art. 2.6).

Pleinen en rotondes

Het plein is een open ruimte waarop openbare wegen uitkomen en waar het verkeer samengaat met andere activiteiten (markt, terrassen). Het is een openbare weg, onderscheiden van de wegen die erop uitkomen (art. 2.10). U bent er niet verplicht zo dicht mogelijk bij de rechterrand te blijven (art. 9.3.1), maar de voorrangsregels, de verkeerstekens en de plicht tot voorzichtigheid gelden er wel.

Een rotonde vereist drie elementen: eenrichtingsverkeer rond een aangelegd middeneiland, verkeersborden D5, en verkeersborden B1 of B5 op de toegangswegen (art. 2.39). Een dorpsplein rond een eenvoudig beplant eiland, zonder die verkeersborden, is geen rotonde: zonder andere signalisatie geldt er voorrang van rechts. Zie De rotonde.

D5 — Verplicht rondgaand verkeer
Het soort plaats herkennen
PlaatsKruispunt?Wie mag eerst
Kruisvormig kruispunt, T- of Y-splitsing, kruispunt met meer takkenJa (art. 2.9)Bevoegd persoon, verkeerslichten, verkeersborden; anders voorrang van rechts
Plaats waar een aardeweg of een pad uitkomtJaWie eruit komt, verleent voorrang aan iedereen (art. 12.3.1, b)
Rotonde (D5, en B1 of B5 op de toegangswegen)JaWie de rotonde oprijdt, verleent voorrang aan wie op de rotonde rijdt (art. 2.39 en 12.3.1)
Uitrit van een garage, een private oprit, een binnenplaatsNeeManoeuvre: u verleent voorrang aan iedereen (art. 12.4)

Waarom de wegcode dubbele voorzichtigheid eist

Op het kruispunt kruisen afslaande auto’s, fietsers die rechtdoor rijden, overstekende voetgangers en de tram elkaars baan op een kleine ruimte, vaak met een zicht dat beperkt wordt door gevels en geparkeerde voertuigen. Vandaar artikel 12.2: de bestuurder die een kruispunt oprijdt, moet dubbel voorzichtig zijn om elk ongeval te voorkomen.

Die regel geldt ook voor wie voorrang heeft. U gaat van het gaspedaal, u kijkt in de zijstraten en u blijft klaar om te remmen als een andere weggebruiker een fout maakt. Op een voorrangsweg is het die reflex die het ongeval voorkomt met de bestuurder die zijn stopbord niet heeft gezien. Gebrek aan voorzichtigheid op een kruispunt is een overtreding van de 2de graad, met of zonder voorrang.

Een kruispunt lezen: wie mag eerst?

Verschillende systemen kunnen eenzelfde kruispunt regelen. De wegcode legt hun rangorde vast: de bevelen van een bevoegd persoon gaan voor op de verkeerstekens en de verkeersregels, en de verkeerstekens gaan voor op de regels (art. 6.1 en 6.2). Werkende verkeerslichten maken de voorrangsborden op dezelfde weg ongeldig (art. 6.3). Zie Rangorde van de verkeersregels en verkeerstekens.

Volgorde om een kruispunt te lezen
VolgordeWat u zietWat geldt
1Een bevoegd persoon regelt het verkeerU volgt zijn bevelen, zelfs tegen een verkeerslicht of een verkeersbord in (art. 6.1)
2Verkeerslichten werken (rood, vast oranjegeel, groen)U volgt de verkeerslichten; de B1, B5, B9 of B15 op uw weg gelden niet (art. 6.3)
3Verkeerslichten gedoofd of oranjegeel knipperlichtDe voorrangsborden op het kruispunt gelden opnieuw (art. 6.3 en 64.1)
4VoorrangsbordenB1 of B5: u verleent voorrang aan iedereen; B9 of B15: de anderen verlenen u voorrang (art. 12.3.1 en 67)
5Niets daarvanVoorrang van rechts, met de uitzonderingen daarop (art. 12.3.1)

De standaardregel: voorrang van rechts

Zonder bevoegd persoon, zonder werkend verkeerslicht en zonder voorrangsbord verleent u voorrang aan de bestuurder die van rechts komt (art. 12.3.1). De breedte van de straat speelt geen rol: op een brede laan in Elsene zonder verkeersbord gaat de auto die van rechts uit een smal straatje komt, voor u. Een fietser die van rechts komt, heeft dezelfde voorrang als een auto. Hetzelfde artikel voorziet in twee uitzonderingen: de voorrang van rechts geldt niet voor wie op een rotonde rijdt, en niet ten gunste van wie uit een verboden rijrichting komt. Het verkeersbord B17 kan de regel in herinnering brengen, maar is niet nodig. Alles wordt uitgelegd in Voorrang van rechts.

Kruispunt zonder verkeerstekens: B komt van rechts en gaat eerst.
Kruispunt zonder verkeerstekens: de bestelwagen B komt van rechts, hij gaat voor u.

De voorrangsborden

Als u uit een weg komt met een B1 (omgekeerde driehoek) of een B5 (stop), verleent u voorrang aan alle bestuurders op de weg die u oprijdt, van links én van rechts (art. 12.3.1, a). Bij het stopbord moet u bovendien stoppen, aan de stopstreep als die er is (art. 76.1). Omgekeerd geven de verkeersborden B9 (voorrangsweg) en B15 (voorrang op het volgende kruispunt) aan dat de anderen u voorrang moeten verlenen. Zie Voorrang verlenen en stopbord en Voorrangswegen.

Verkeersbord B1 op uw tak: A komt van links, maar hij gaat voor u.
U komt uit een straat met een B1: de auto A komt van links, maar u moet hem laten voorgaan.

Voorrang verlenen betekent niet wachten tot de andere vlak voor u is. U rijdt pas verder als u dat kunt zonder gevaar voor ongevallen, gelet op de plaats, de afstand en de snelheid van de andere weggebruikers (art. 12.5). Als de andere moet remmen doordat u doorrijdt, hebt u hem geen voorrang verleend.

De tram: voorrang voor spoorvoertuigen

Elke weggebruiker moet voorrang verlenen aan spoorvoertuigen en zo snel mogelijk de sporen vrijmaken (art. 12.1). Die regel geldt ook als de tram van links komt: een tram kan niet uitwijken en niet op korte afstand stoppen. Verkeerslichten of een bevoegd persoon op het kruispunt: u volgt eerst hun aanwijzingen. Het verkeersbord A49 kondigt de kruising aan van sporen die in de rijbaan zijn aangelegd, zoals tramsporen. Zie De tram.

A49 — Kruising van een openbare weg door een of meer in de rijbaan aangelegde sporen
De tram T komt van links: hij gaat eerst.
De tram T komt van links: u laat hem voorgaan, ongeacht de voorrang tussen de auto's.

Het kruispunt naderen: tijdig de juiste plaats innemen

  • Uw rijstrook kiezen. De witte voorsorteringspijlen op de grond geven voor elke richting de rijstrook aan die u moet volgen. Op het kruispunt volgt u de richting, of een van de richtingen, die op uw rijstrook is aangegeven (art. 77.1). Per vergissing in de rijstrook “rechtdoor”? Dan rijdt u rechtdoor en maakt u een omweg. Het verkeersbord F13 kondigt die pijlen en de verplichte keuze van een rijstrook aan.
  • Uw voornemen aankondigen. U zet uw richtingaanwijzer tijdig genoeg aan (art. 19.2, 1°, en 19.3, 1°).
  • Verkeersgeleiders rechts voorbijrijden. U laat de zuilen en de verkeersgeleiders die het verkeer kanaliseren aan uw linkerhand, behoudens plaatselijke reglementering; het verkeersbord D1 kan de kant opleggen waarlangs u moet voorbijrijden (art. 9.6).
  • Geschilderde vlakken respecteren. Over verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken die met witte schuine strepen zijn aangeduid, rijdt u niet: u mag er niet rijden, niet stilstaan en niet parkeren (art. 77.4).
  • Uw snelheid aanpassen. U nadert met een snelheid waarbij u kunt stoppen als een weggebruiker uit een zijstraat opduikt.
F13 — Aankondiging van pijlen op de rijbaan en verplichte keuze van een rijstrook

Afslaan op het kruispunt: hier schuilen de zware fouten

Van richting veranderen betekent de rijlijn van andere weggebruikers snijden. De wegcode verbindt daar precieze verplichtingen aan. Verschillende daarvan zijn overtredingen van de 3de graad, dus zware fouten bij het examen. Het onderwerp wordt uitgediept in Van richting veranderen.

Rechts of links afslaan: wat de wegcode oplegt
VerplichtingRechts afslaanLinks afslaan
AankondigenRechterrichtingaanwijzer, tijdig genoeg (art. 19.2, 1°)Linkerrichtingaanwijzer, tijdig genoeg (art. 19.3, 1°)
Plaats innemenZo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan blijven (art. 19.2, 2°)Zich naar links begeven zonder de tegenliggers te hinderen; op een rijbaan met eenrichtingsverkeer zo dicht mogelijk bij de linkerrand blijven (art. 19.3, 2°)
SnelheidMatig (art. 19.2, 3°)Matig (art. 19.3, 4°)
RijlijnBeweging zo kort mogelijk (art. 19.2, 4°)Op kruispunten beweging zo ruim mogelijk, om de nieuwe rijbaan aan de rechterkant op te rijden, behalve bij verkeer in rijstroken of in files (art. 19.3, 5°)
Voorrang verlenenAan de bestuurders en voetgangers op de andere delen van de weg, bijvoorbeeld de fietser op het fietspad (art. 19.4), en aan de voetgangers die de rijbaan oversteken die u oprijdt (art. 19.5)Aan de tegenliggers (art. 19.3, 3°), en aan dezelfde weggebruikers als bij rechts afslaan (art. 19.4 en 19.5)

Rechts afslaan: de fietser die rechtdoor rijdt

U slaat rechts af en een fietser rijdt rechtdoor op het fietspad rechts van u: hij gaat voor u (art. 19.4). Kijk voor het afslaan in uw spiegel en in de dode hoek. Het verkeersbord F50bis wijst soms op die situatie. Ook de voetganger die de straat oversteekt waarin u afslaat, heeft voorrang, of hij nu op een oversteekplaats voor voetgangers loopt of niet (art. 19.5).

F50bis — Fietsers die dezelfde openbare weg volgen als de bestuurders die van richting veranderen

Links afslaan: tegenliggers gaan eerst

Als u links afslaat, verleent u voorrang aan de bestuurders die u tegemoetkomen op de rijbaan die u verlaat (art. 19.3, 3°). Het maakt niet uit of u groen licht hebt of op een voorrangsweg rijdt. Let op motorfietsen en fietsen: hun snelheid wordt vaak verkeerd ingeschat.

U slaat links af: A (tegenligger) gaat eerst, daarna de voetganger P; pas dan slaat u af.
U slaat links af: de auto A, die u tegemoetkomt, gaat eerst, daarna maakt de voetganger P zijn oversteek af; pas dan slaat u af.

Zware fout bij het examen Deze fouten op een kruispunt zijn overtredingen van de 3de graad (KB van 30 september 2005, art. 3). Een fout antwoord over deze onderwerpen kost 5 punten, en twee zware fouten betekenen dat u niet geslaagd bent, ongeacht de score.

  • Links afslaan zonder voorrang te verlenen aan de tegenliggers (art. 19.3, 3°).
  • Afslaan zonder voorrang te verlenen aan de fietser of de voetganger op een ander deel van de weg (art. 19.4).
  • Afslaan zonder voorrang te verlenen aan de voetganger die de rijbaan oversteekt die u oprijdt (art. 19.5).
  • Door het rood licht rijden (art. 61.1, 1°).
  • Op een kruispunt dat geregeld wordt door verkeerslichten of door een bevoegd persoon, de voetgangers die al aan het oversteken zijn hun oversteek niet laten afmaken (art. 40.4.1).
  • Een straat met verboden richting inrijden, verkeersbord C1.

De volledige lijst staat op de pagina Zware fouten bij het theorie-examen.

Goed om te weten Andere fouten op een kruispunt zijn overtredingen van de 2de graad, dus gewone fouten bij het examen (−1): de voorrang van rechts, een B1 of een stopbord niet respecteren, geen voorrang verlenen aan de tram, of niet voorzichtig genoeg zijn bij het naderen van het kruispunt.

Kruispunt met verkeerslichten: wanneer oprijden, hoe vrijmaken

Bij rood licht stopt u voor de stopstreep of, als die er niet is, voor het verkeerslicht zelf (art. 61.1, 1°). Dat is een zware fout bij het examen. Groen licht laat u door, maar ontslaat u niet van de plicht om voorrang te verlenen bij het afslaan, noch van de plicht om voetgangers die al aan het oversteken zijn hun oversteek te laten afmaken (art. 40.4.1). De verkeerslichten worden uitgelegd in De verkeerslichten.

Het kruispunt niet blokkeren

Zelfs als de verkeerslichten het toelaten, mag u een kruispunt niet oprijden als het verkeer zo belemmerd is dat u er waarschijnlijk zou moeten stoppen en zo het dwarsverkeer zou hinderen of beletten (art. 14.2). In de spits, in Brussel zoals in Luik, is het licht groen maar staat de file stil vlak na het kruispunt: u wacht voor de stopstreep tot er aan de overkant genoeg plaats is voor uw hele voertuig.

Groen licht, maar A en B staan stil vlak na het kruispunt: u wacht voor de stopstreep.
Uw licht is groen, maar de file staat stil vlak na het kruispunt: u wacht voor de stopstreep.

Het kruispunt vrijmaken als het licht verandert

Als u al bent opgereden op een kruispunt waar het verkeer geregeld wordt door verkeerslichten of door een bevoegd persoon, mag u het vrijmaken zonder te wachten tot het verkeer in uw richting is opengesteld (art. 14.1). Voorbeeld: u wacht midden op het kruispunt om links af te slaan en uw verkeerslichten springen op rood. U maakt uw beweging af, en u verleent nog altijd voorrang aan de tegenliggers en aan de voetgangers. Eén uitzondering: een rood licht aan uw rechterkant, op de weg die u gaat volgen, verbiedt u door te rijden.

Inhalen op een kruispunt

Artikel 17.2, 2°, verbiedt op twee soorten kruispunten het links inhalen van een gespan, van een tweewielig motorvoertuig (motorfiets, bromfiets) of van een voertuig met meer dan twee wielen. De reden is eenvoudig: tijdens het inhalen rijdt u op de linkerhelft van de rijbaan, op het moment dat een weggebruiker met voorrang kan opduiken of het ingehaalde voertuig kan afslaan.

Inhalen op een kruispunt: wat art. 17.2, 2°, beoogt
SituatieAuto, bestelwagen, vrachtwagen, motorfiets, bromfietsFiets
Kruispunt waar de voorrang van rechts geldtInhalen verboden (art. 17.2, 2°, a)Niet beoogd door art. 17.2, 2°
Ander kruispunt, als u voorrang moet verlenen (B1, B5…)Inhalen verboden (art. 17.2, 2°, b)Niet beoogd door art. 17.2, 2°
Ander kruispunt, als u op de voorrangsweg rijdtNiet beoogd door art. 17.2, 2°Niet beoogd door art. 17.2, 2°

“Niet beoogd” betekent niet “altijd toegelaten”: voldoende zichtbaarheid (art. 17.1), doorlopende witte streep (art. 72.2), verkeersbord C35, oversteekplaats voor voetgangers of fietsers waar het verkeer niet geregeld wordt (art. 17.2, 5°) en zijdelingse afstand tegenover fietsers (art. 40ter) blijven gelden. Verschillende van die regels zijn zware fouten. Zie Inhalen.

Stilstaan of parkeren bij een kruispunt

Een auto die op de hoek geparkeerd staat, verbergt voetgangers, fietsers en naderende voertuigen, en hindert wie afslaat. De wegcode verbiedt daarom stilstaan en parkeren op de volgende plaatsen, behoudens plaatselijke reglementering voor de eerste twee.

Stilstaan en parkeren in de buurt van een kruispunt
PlaatsVerbodArtikel
Nabijheid van het kruispuntStilstaan noch parkeren op minder dan 5 m van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaanArt. 24, lid 1, 7°
Voor verkeerslichten op het kruispuntStilstaan noch parkeren op minder dan 20 m voor de verkeerslichtenArt. 24, lid 1, 8°
Oversteekplaats voor voetgangersStilstaan noch parkeren op de oversteekplaats en op minder dan 5 m ervoorArt. 24
Oversteekplaats voor fietsersStilstaan noch parkeren op de oversteekplaats en op minder dan 5 m ervoorArt. 24
Geschilderde verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakkenRijden, stilstaan noch parkerenArt. 77.4

Ook stilstaan is verboden, niet alleen parkeren: een passagier “heel even” afzetten op de hoek van de straat blijft verboden. Voor de 20 m voor de verkeerslichten van het kruispunt geldt de uitzondering die de wegcode voorziet voor voertuigen van ten hoogste 1,65 m hoog niet. Zie Stilstaan en parkeren: de regels.

Snelheid: het kruispunt na een C43

Binnen de bebouwde kom geldt, als een verkeersbord C43 een andere snelheid oplegt, de standaard maximumsnelheid opnieuw vanaf het volgende kruispunt (art. 71, regels bij de verkeersborden F1a en F1b). Die standaardsnelheid hangt af van het Gewest: 30 km/u in Brussel, 50 km/u in Wallonië en in Vlaanderen. Voorbeeld: in Namen rijdt u na een C43 “70” vanaf het volgende kruispunt opnieuw 50 km/u, zonder nieuw verkeersbord. Bij het examen telt een vraag over het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid als zware fout. Zie De snelheidsbeperkingen.

70
C43 — Snelheidsbeperking

De methode in vijf stappen

  1. Anticiperen: zie het kruispunt, de verkeersborden en de pijlen op de grond tijdig, en ga van het gaspedaal.
  2. De juiste plaats innemen: juiste rijstrook, richtingaanwijzer op tijd, verkeersgeleiders rechts voorbij.
  3. Lezen: een bevoegd persoon? werkende verkeerslichten? verkeersborden? Zo niet, voorrang van rechts. Een tram?
  4. Observeren: zijstraten, spiegel, dode hoek, voetgangers en fietsers daar waar u gaat afslaan.
  5. Beslissen: u rijdt alleen op als u kunt doorrijden zonder een weggebruiker met voorrang te hinderen en zonder midden op het kruispunt vast te komen staan.

Let op bij het examen Kruispunt met verkeerslichten en tram, in Brussel: bij groen slaat u links af over de sporen. Eerst gaan de tegenliggers en de tram, daarna de voetgangers in de straat die u inrijdt. Als uw licht tijdens het wachten op rood springt, maakt u het kruispunt vrij (art. 14.1).

Nuttige definities

Kruispunt
Plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen (wegcode, art. 2.9), ongeacht de vorm: kruis, T, Y, meerdere takken. De wegcode van 1975 definieert het woord “kruising” niet.
Plein
Open ruimte waarop een of meer openbare wegen uitkomen, waar het verkeer en andere activiteiten samen georganiseerd kunnen worden. Het is een openbare weg, onderscheiden van de wegen die erop uitkomen (art. 2.10).
Rotonde
Weg waarop het verkeer in één richting rond een aangelegd middeneiland rijdt, gesignaleerd met verkeersborden D5, en waarvan de toegangswegen voorzien zijn van verkeersborden B1 of B5 (art. 2.39).
Aardeweg
Openbare weg die breder is dan een pad en die niet voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht. Hij behoudt zijn hoedanigheid, ook als zijn aansluiting met een andere weg het uitzicht van een rijbaan heeft (art. 2.6).
Manoeuvre
Beweging zoals van rijstrook veranderen, keren, achteruitrijden of uit een aanpalende eigendom komen. Wie een manoeuvre uitvoert, verleent voorrang aan de andere weggebruikers (art. 12.4).
Voorrang verlenen
Pas verder rijden als dat kan zonder gevaar voor ongevallen, gelet op de plaats, de afstand en de snelheid van de andere weggebruikers (art. 12.5).
Verkeersgeleider
Inrichting op de rijbaan die het verkeer kanaliseert, bestaande uit een wegmarkering, een verhoging of beide (art. 2.43). U laat hem aan uw linkerhand (art. 9.6).
Voorsorteringspijlen
Witte pijlen op de grond bij het naderen van een kruispunt. Ze geven de rijstrook aan die u voor elke richting moet volgen; op het kruispunt volgt u de richting die op uw rijstrook is aangegeven (art. 77.1).

Toegestaan of verboden?

Toegestane en verboden situaties
SituatieOordeelToelichting
Voorgaan voor een auto die van rechts uit een smal straatje komt, op een brede laan zonder verkeersbordVerbodenZonder verkeerstekens speelt de breedte van de straat geen rol: wie van rechts komt, gaat eerst (art. 12.3.1).
Bij groen licht oprijden terwijl de file vlak na het kruispunt stilstaatVerbodenZelfs bij groen verboden als u dreigt op het kruispunt te moeten stoppen (art. 14.2).
Uw linksafslag afmaken als uw licht op rood springt terwijl u al opgereden bentToegestaanU mag het kruispunt vrijmaken (art. 14.1), behalve bij een rood licht aan uw rechterkant op de weg die u gaat volgen, en op voorwaarde dat u voorrang verleent.
Links afslaan voor een motorfiets die u tegemoetkomtVerbodenU verleent voorrang aan de tegenliggers (art. 19.3, 3°). Zware fout bij het examen.
Rechts afslaan voor een fietser die rechtdoor rijdt op het fietspadVerbodenU verleent voorrang aan de weggebruikers op de andere delen van de weg (art. 19.4). Zware fout bij het examen.
Een auto inhalen op een kruispunt zonder enig verkeerstekenVerbodenVerboden op kruispunten waar de voorrang van rechts geldt (art. 17.2, 2°, a).
Een fietser inhalen op een kruispunt waar de voorrang van rechts geldtOnder voorwaardenNiet beoogd door art. 17.2, 2°, maar alleen met voldoende zichtbaarheid, zonder een doorlopende streep te overschrijden en met de zijdelingse afstand van art. 40ter.
Een passagier afzetten op 3 m van de hoek van de straatVerbodenStilstaan noch parkeren op minder dan 5 m van een kruispunt, behoudens plaatselijke reglementering (art. 24, lid 1, 7°).
Over een wit gearceerd vlak rijden om sneller de linksafslagstrook te bereikenVerbodenOver geschilderde verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken mag u niet rijden (art. 77.4).
Links afslaan vanuit een rijstrook met een pijl “rechtdoor”VerbodenOp het kruispunt volgt u de richting die op uw rijstrook is aangegeven (art. 77.1).
Een bijzondere overrijdbare bedding van de tram op een kruispunt oversteken om af te slaanOnder voorwaardenToegelaten op kruispunten (art. 72.6, 3°), met voorrang voor de tram (art. 12.1).
Voorgaan voor een tram die van links komt op een kruispunt zonder verkeerslichtenVerbodenElke weggebruiker verleent voorrang aan spoorvoertuigen, waar ze ook vandaan komen (art. 12.1).

Om te onthouden

  • Een kruispunt is de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen, ongeacht de vorm (art. 2.9). Uit een eigendom komen is een manoeuvre, geen kruispunt (art. 12.4).
  • Bij het naderen van een kruispunt bent u dubbel voorzichtig, ook als u voorrang hebt (art. 12.2).
  • Volgorde om te lezen: bevoegd persoon, werkende verkeerslichten, voorrangsborden, dan voorrang van rechts. Zonder verkeerslichten of bevoegd persoon gaat de tram voor u, ook als hij van links komt (art. 6, 12.1 en 12.3.1).
  • Bij het afslaan verleent u voorrang aan tegenliggers, aan fietsers en voetgangers die dezelfde weg volgen en aan voetgangers die oversteken: zware fout bij het examen (−5).
  • Door het rood licht rijden: zware fout. Voorrang van rechts, B1 of stopbord niet respecteren: gewone fout (−1).
  • Zelfs bij groen rijdt u het kruispunt niet op als u er dreigt vast te komen staan; bent u al opgereden, dan mag u het vrijmaken (art. 14).
  • Geen gespan, tweewielig motorvoertuig of voertuig met meer dan twee wielen links inhalen op een kruispunt waar de voorrang van rechts geldt, noch als u voorrang moet verlenen (art. 17.2, 2°).
  • Stilstaan noch parkeren op minder dan 5 m van een kruispunt, noch op minder dan 20 m voor verkeerslichten op een kruispunt (art. 24).

Let op bij het examen

  • Let op bij het examen: de auto die rechts van u uit een garage komt, heeft geen voorrang van rechts. Hij voert een manoeuvre uit en moet u voorrang verlenen.
  • Let op bij het examen: met een B1 of een stopbord verleent u ook voorrang aan de bestuurder die van links komt.
  • Let op bij het examen: groen licht geeft u geen voorrang op de tegenligger als u links afslaat. Een fout hier is een zware fout (−5).
  • Let op bij het examen: een middeneiland zonder verkeersborden D5 en zonder B1 of B5 op de toegangswegen maakt nog geen rotonde. Zonder ander verkeersbord geldt de voorrang van rechts.
  • Let op bij het examen: binnen de bebouwde kom geldt de standaardsnelheid opnieuw vanaf het kruispunt na een C43. Die bedraagt 30 km/u in Brussel en 50 km/u in Wallonië en in Vlaanderen.

Veelgemaakte fout

  • Veelgemaakte fout: een kruispunt oversteken zonder te vertragen omdat u voorrang hebt, terwijl een zijstraat aan het zicht onttrokken is.
  • Veelgemaakte fout: bij groen licht een al verstopt kruispunt oprijden en dan bij het wisselen van de lichten het dwarsverkeer blokkeren.
  • Veelgemaakte fout: voor het rechts afslaan de spiegel en de dode hoek vergeten, en een fietser de weg afsnijden.
  • Veelgemaakte fout: op de hoek van de straat stoppen om iemand af te zetten, op minder dan 5 m van het kruispunt.

Bijzondere gevallen

Een bevoegd persoon regelt het kruispunt

De bevelen van een bevoegd persoon gaan voor op de verkeerslichten, de verkeersborden en de voorrangsregels (art. 6.1). Als hij u een teken geeft om door te rijden, rijdt u door, ook als het licht rood is. Zijn bevelen niet opvolgen is een overtreding van de 3de graad, dus een zware fout bij het examen. Zie De bevoegde personen.

Oranjegeel knipperlicht of gedoofde verkeerslichten

Een oranjegeel knipperlicht laat u door met dubbele voorzichtigheid, zonder de voorrangsregeling te wijzigen (art. 64.1). Gedoofde verkeerslichten maken de verkeersborden niet langer ongeldig (art. 6.3). In beide gevallen volgt u de voorrangsborden op het kruispunt; als er geen zijn, geldt de voorrang van rechts.

Bijzondere overrijdbare bedding op het kruispunt

De bijzondere overrijdbare bedding is voorbehouden aan het openbaar vervoer en maakt geen deel uit van de rijbaan. Andere voertuigen mogen ze op kruispunten wel oversteken (art. 72.6, 3°), bijvoorbeeld om links af te slaan over de tramsporen. U verleent dan voorrang aan de tram (art. 12.1).

Fietser aan het einde van een fietspad

De fietser die aan het einde van een fietspad de rijbaan oprijdt om rechtdoor te rijden, voert geen manoeuvre uit (art. 12.4). Hij hoeft dus geen voorrang te verlenen zoals iemand die uit een garage komt. Houd er rekening mee dat hij bij het verlaten van het kruispunt de rijbaan oprijdt.

Aangekondigde hervorming: de Code van de openbare weg

De wegcode van 1975 blijft van toepassing tot de inwerkingtreding van de nieuwe Code van de openbare weg, gepland op 1 juni 2027. De artikelnummers die in deze les worden vermeld, veranderen op die datum, en sommige formuleringen kunnen wijzigen. Deze les wordt dan herzien op basis van de officiële tekst.

Regionale verschillen

De regels voor voorrang, richtingsverandering en stilstaan op kruispunten zijn dezelfde in Brussel, Wallonië en Vlaanderen. Het verschil zit in de snelheid die na een kruispunt opnieuw geldt.

Standaardsnelheid na een C43 Binnen de bebouwde kom geldt de standaard maximumsnelheid opnieuw vanaf het kruispunt na een verkeersbord C43 (art. 71, verkeersborden F1a en F1b). Die bedraagt 30 km/u in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sinds 1 januari 2021, en 50 km/u in het Waals Gewest en in het Vlaams Gewest (art. 11.1, gewestelijke versies).

Veelgestelde vragen

Is een kruising hetzelfde als een kruispunt?

In de praktijk wel. De wegcode van 1975 definieert alleen het woord “kruispunt”: de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen (art. 2.9). Een T-splitsing, een Y-splitsing of een kruisvormig kruispunt is een kruispunt.

Is de uitrit van mijn garage een kruispunt?

Nee. Een aanpalende eigendom is geen openbare weg. Eruit komen is een manoeuvre: u verleent voorrang aan alle weggebruikers, van links en van rechts (art. 12.4), en aan de gebruikers van het trottoir en het fietspad die u oversteekt (art. 12.4bis).

Het licht is groen, maar de file staat stil na het kruispunt. Mag ik doorrijden?

Nee, als u dreigt op het kruispunt te moeten stoppen en het dwarsverkeer te hinderen (art. 14.2). U wacht voor de stopstreep tot er aan de overkant genoeg plaats is voor uw voertuig.

Ik sta midden op het kruispunt en mijn licht springt op rood. Wat moet ik doen?

U mag het kruispunt vrijmaken zonder te wachten tot het verkeer in uw richting is opengesteld (art. 14.1), met voorrang voor de tegenliggers en de voetgangers. Alleen een rood licht aan uw rechterkant, op de weg die u gaat volgen, verbiedt het u.

Op welke afstand van een kruispunt mag ik stilstaan?

Op minstens 5 m van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering (art. 24, lid 1, 7°). Voor verkeerslichten op het kruispunt is die afstand 20 m (art. 24, lid 1, 8°). Dat geldt ook voor gewoon stilstaan.

Welke fouten op een kruispunt zijn zware fouten bij het examen?

Onder meer: links afslaan zonder voorrang te verlenen aan de tegenliggers, afslaan zonder voorrang te verlenen aan fietsers en voetgangers, door het rood licht rijden, voetgangers hun oversteek niet laten afmaken bij verkeerslichten, een straat met verboden richting inrijden, de toegelaten maximumsnelheid overschrijden. Elk daarvan kost 5 punten; twee betekenen dat u niet geslaagd bent. De voorrang van rechts, de B1 en het stopbord zijn gewone fouten (−1).

Officiële bronnen

Laatste controle van de regelgeving: 30/10/2026

Een fout of een gewijzigde regelgeving? Meld het ons.

Test uzelf: 4 gratis vragen

Vraag 1 / 4

U rijdt rechtdoor in een woonstraat in Ukkel. Vlak voor u, aan uw rechterkant, rijdt een auto vooruit uit een privégarage. Wie moet voorrang verlenen?

Vraag 2 / 4

Kruispunt met vier takken binnen de bebouwde kom, zonder verkeerslichten of verkeersbord. Uw auto komt uit het zuiden en rijdt rechtdoor; de rode auto B komt uit het oosten, dus van rechts, en rijdt rechtdoor.
U rijdt op een brede laan in Elsene en komt aan dit kruispunt, zonder bevoegd persoon, zonder verkeerslichten en zonder verkeersbord. Auto B komt uit een smalle straat. Wie mag eerst rijden?

Vraag 3 / 4

Kruispunt met vier takken en verkeerslichten. Uw auto komt uit het zuiden, met de linker richtingaanwijzer aan, om naar het westen af te slaan; uw verkeerslicht is groen. Motorfiets A komt uit het noorden, recht tegenover u, en rijdt rechtdoor met groen licht. De verkeerslichten van de oostelijke en de westelijke tak staan op rood.
Uw verkeerslicht is groen en u wilt links afslaan. Motorfiets A komt u tegemoet en rijdt rechtdoor; ook zijn verkeerslicht is groen. Wat doet u?

Vraag 4 / 4

Kruispunt met vier takken. Uw auto komt uit het zuiden, met de rechter richtingaanwijzer aan, om naar het oosten af te slaan. Fietser C rijdt op het fietspad rechts van u, op dezelfde tak, en rijdt rechtdoor naar het noorden.
U wilt aan het volgende kruispunt rechts afslaan. Fietser C rijdt op het fietspad rechts van u en rijdt rechtdoor. Wie mag eerst rijden?
Oefenen