Naar de inhoud

Voetgangers

De weggebruikers 14 min. leestijd Gecontroleerd op 30/10/2026

Les 5 / 48

Achter het stuur moet u de voetganger beschermen overal waar hij mag zijn. Aan een oversteekplaats voor voetgangers zonder verkeerslichten of bevoegd persoon nadert u met matige snelheid en verleent u voorrang aan de voetganger die zich erop bevindt of op het punt staat zich erop te begeven; bij het afslaan laat u de voetgangers voorgaan die de straat oversteken die u inrijdt. De meeste van deze verplichtingen zijn overtredingen van de 3de graad: op het examen is een fout op deze vragen een zware fout (−5 punten).

In deze les leert u:

  • Weten wie voetganger is, of met een voetganger gelijkgesteld wordt, in de zin van de wegcode.
  • De regels van de oversteekplaats voor voetgangers toepassen, met en zonder verkeerslichten, inclusief het verbod om een voertuig in te halen dat ervoor stopt.
  • Voorrang verlenen aan voetgangers wanneer u afslaat, wanneer u langs een stilstaande bus of tram rijdt en wanneer u een groep tegenkomt.
  • De zijdelingse afstanden (1 m, 1,5 m buiten de bebouwde kom) naleven tegenover een voetganger die op de rijbaan loopt.
  • De overtredingen die op het examen een zware fout zijn, onderscheiden van die welke 1 punt kosten.

Kort samengevat: achter het stuur beschermt u de voetganger overal waar hij mag zijn. Aan een oversteekplaats voor voetgangers zonder verkeerslichten of bevoegd persoon nadert u met matige snelheid en verleent u voorrang aan de voetganger die al op de oversteekplaats is, maar ook aan wie op het punt staat zich erop te begeven. Wanneer u afslaat, laat u de voetgangers voorgaan die de straat oversteken die u inrijdt. De meeste van deze verplichtingen zijn van de 3de graad: op het examen is een fout op deze vragen een zware fout (−5 punten; met twee zware fouten bent u niet geslaagd).

Deze les volgt de wegcode (koninklijk besluit van 1 december 1975), vooral de artikelen 40 en 42, die in de drie gewesten identiek zijn.

Wie is voetganger volgens de wegcode?

De voetganger is een persoon die zich te voet verplaatst (art. 2.46). “Gelijkgesteld met voetgangers”, met dezelfde regels en dezelfde bescherming, zijn:

  • de persoon die met de hand een kinderwagen, een rolstoel, een kruiwagen of een ander klein voertuig zonder motor voortduwt;
  • de persoon die een fiets, een gemotoriseerd rijwiel of een tweewielige bromfiets aan de hand leidt (art. 2.46);
  • de gebruiker van een niet-gemotoriseerd voortbewegingstoestel, en de persoon met een beperkte mobiliteit in een elektrische rolstoel, zolang zij niet sneller dan stapvoets gaan (art. 7bis).

Omgekeerd wordt de gebruiker van een elektrische step gelijkgesteld met een fietser (art. 7bis). Een kind jonger dan 10 jaar op de fiets is ook een fietser, maar het mag op de trottoirs rijden (art. 9.1.2, 5°): houd er rekening mee dat het er plots af kan komen.

Let op bij het examen Een fietser die naast zijn fiets loopt, is een voetganger. Steekt hij een oversteekplaats voor voetgangers over terwijl hij zijn fiets aan de hand leidt, dan verleent u hem voorrang zoals aan elke andere voetganger.

Waarom de wegcode de voetganger zo sterk beschermt

De voetganger heeft geen carrosserie, geen gordel en geen airbag. Vandaar een algemeen principe: de bestuurder mag kwetsbaardere weggebruikers, zoals voetgangers, niet in gevaar brengen, in het bijzonder kinderen, ouderen en personen met een handicap (art. 7.1, lid 2).

Snelheid is beslissend. Volgens het Waalse agentschap voor verkeersveiligheid (AWSR) is het risico dat een voetganger overlijdt wanneer hij door een auto wordt aangereden ongeveer 1 % bij 30 km/u, 5 % bij 50 km/u en 50 % bij 70 km/u. Enkele km/u minder kunnen het verschil maken tussen een gewonde en een dode.

De wegcode vraagt u ook om te anticiperen. U bent dubbel voorzichtig waar de aanwezigheid van voetgangers te voorzien is, in het bijzonder in een “straat”: een weg binnen de bebouwde kom, omgeven door bebouwing, waar de ruimte gedeeld wordt (art. 7.1, lid 3, en art. 2.38). Langs de winkels van de Elsensesteenweg of in het centrum van Namen kan een voetganger plots tussen twee geparkeerde auto’s opduiken. Uw snelheid moet u toelaten te stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien (art. 10.1, 3°), ook onder de snelheidslimiet.

Ten slotte mag u de voetgangers niet in gevaar brengen die zich op een trottoir, een berm, een vluchtheuvel of een ruimte bevinden die voor hen voorbehouden of opengesteld is (voetgangerszones, woonerven, speelstraten…), noch wie op de rijbaan loopt onder de voorwaarden die de wegcode bepaalt (art. 40.1). Dat is een overtreding van de 3de graad: een zware fout op het examen.

De oversteekplaats voor voetgangers

De oversteekplaats voor voetgangers wordt afgebakend door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan (art. 76.3). Ze kan vooraf aangekondigd worden door het gevaarsbord A21. Het aanwijzingsbord F49 duidt ze ter plaatse aan.

Alles hangt af van één vraag: wordt het oversteken geregeld door verkeerslichten of door een bevoegd persoon?

Oversteekplaats zonder verkeerslichten of bevoegd persoon: matige snelheid, en u verleent voorrang

Waar het verkeer niet geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten, nadert u de oversteekplaats met matige snelheid. U verleent voorrang aan de voetgangers die zich erop bevinden of die op het punt staan zich erop te begeven (art. 40.4.2). Voorrang verlenen betekent zo nodig stoppen.

“Op het punt staan zich erop te begeven” is het deel van de regel dat velen vergeten. Een dame die aan de rand van het trottoir wacht, met het gezicht naar de oversteekplaats, een kind dat naar de witte banden loopt: allebei staan ze op het punt zich erop te begeven. U wacht niet tot ze een voet op de oversteekplaats zetten om te remmen. De “matige snelheid” wordt niet in cijfers uitgedrukt: ze moet u toelaten vóór de oversteekplaats te stoppen.

Voetganger P wacht aan de rand van de oversteekplaats voor voetgangers, zonder verkeerslichten: u verleent hem voorrang.
Voetganger P wacht aan de rand van een oversteekplaats zonder verkeerslichten: u vertraagt en u stopt om hem te laten oversteken.

Zware fout op het examen Een niet-geregelde oversteekplaats niet met matige snelheid naderen, of geen voorrang verlenen aan voetgangers die zich erop bevinden of op het punt staan zich erop te begeven, is een overtreding van de 3de graad (KB van 30 september 2005, art. 3, 27°). Op het examen: −5 punten.

Oversteekplaats geregeld door verkeerslichten of een bevoegd persoon: laat de voetgangers hun oversteek beëindigen

Wanneer uw licht op groen springt, kan een oudere persoon of een ouder met een kinderwagen nog op de rijbaan zijn. U moet de voetgangers die zich regelmatig op de rijbaan hebben begeven de gelegenheid laten hun oversteek met een normale gang te beëindigen, zelfs als het verkeer in uw rijrichting is opengesteld (art. 40.4.1). Wanneer uw licht rood is en er een oversteekplaats voor voetgangers is, stopt u vóór die oversteekplaats, en niet erop.

Uw licht is groen, maar de persoon in de rolstoel P is nog niet helemaal overgestoken: u wacht.
Uw licht is net op groen gesprongen, maar de persoon in de rolstoel is nog niet helemaal overgestoken: u wacht tot ze het trottoir heeft bereikt.

Het knipperen van het groene voetgangerslicht kondigt, als aanwijzing, het einde van hun fase aan (art. 63.1). Een voetganger die al aan het oversteken was toen het licht veranderde, blijft beschermd: u laat hem zijn oversteek beëindigen.

Zware fout op het examen Een voetganger die al oversteekt zijn oversteek niet laten beëindigen, of niet stoppen vóór de oversteekplaats wanneer het verkeer in uw rijrichting gesloten is, is een overtreding van de 3de graad (art. 3, 26°). Op het examen: −5 punten.

Geen voertuig inhalen dat voor de oversteekplaats stopt

Een auto stopt vlak voor een niet-geregelde oversteekplaats voor voetgangers: hij laat waarschijnlijk iemand oversteken die u niet ziet. De wegcode verbiedt daarom een voertuig in te halen dat zo’n oversteekplaats nadert of ervoor stopt (art. 17.2, 5°), zelfs wanneer het verkeer in rijstroken verloopt (art. 16.2). Het verbod geldt niet voor het inhalen van een fiets. Dat is een overtreding van de 3de graad: een zware fout op het examen. Zie de les Inhalen.

De oversteekplaats niet blokkeren en niet aan het zicht onttrekken

Rijd in een file niet op een oversteekplaats voor voetgangers als u daar waarschijnlijk zou moeten blijven stilstaan (art. 40.5): wacht vóór de oversteekplaats tot er plaats vrijkomt. Het is ook verboden stil te staan of te parkeren op de oversteekplaats en op de rijbaan op minder dan 5 m ervoor (art. 24, lid 1, 4°). Een voertuig dat vlak voor de oversteekplaats stilstaat, verbergt de voetgangers, vooral kinderen. Een passagier daar “even snel” afzetten is dus verboden. Dat is een overtreding van de 2de graad, geen zware fout. Zie de les Stilstaan en parkeren: de regels.

Aan de oversteekplaats voor voetgangers: wat de wegcode u oplegt
SituatieWat u doetArtikelOp het examen
Oversteekplaats zonder verkeerslichten of bevoegd persoonMatige snelheid; u verleent voorrang aan voetgangers die zich erop bevinden of op het punt staan zich erop te begeven40.4.2Zware fout (−5)
Verkeerslichten of bevoegd persoon, het verkeer is voor u opengesteldU laat de voetgangers die al oversteken hun oversteek beëindigen40.4.1Zware fout (−5)
Verkeerslichten of bevoegd persoon, het verkeer is voor u geslotenU stopt vóór de oversteekplaats, niet erop40.4.1Zware fout (−5)
Een voertuig stopt voor een niet-geregelde oversteekplaatsU haalt het niet in17.2, 5°Zware fout (−5)
Een file staat stil vlak na de oversteekplaatsU rijdt de oversteekplaats niet op40.5Gewone fout (−1)
Een passagier afzettenStilstaan noch parkeren op de oversteekplaats en 5 m ervoor24, lid 1, 4°Gewone fout (−1)

Bij het afslaan: de voetgangers in de straat die u inrijdt

Wanneer u naar rechts of naar links afslaat, verleent u voorrang aan de voetgangers die de rijbaan oversteken die u gaat oprijden (art. 19.5), of er nu een oversteekplaats voor voetgangers is of niet. U verleent ook voorrang aan de voetgangers en fietsers die de andere delen van dezelfde openbare weg volgen, zoals het trottoir of het fietspad dat u oversteekt (art. 19.4).

De klassieke valkuil is het kruispunt met verkeerslichten. Uw licht is groen, maar de voetgangers die de straat oversteken die u inrijdt, hebben vaak ook groen. Uw groen licht laat u toe verder te rijden. Het geeft u geen voorrang op die voetgangers.

U slaat bij groen licht links af; voetganger P steekt de straat over die u inrijdt: hij gaat voor u.
U slaat bij groen licht links af; voetganger P steekt de straat over die u inrijdt: u laat hem voorgaan.

Kijk bij het linksaf slaan twee keer: eerst naar het tegemoetkomende verkeer, waaraan u ook voorrang verleent (art. 19.3, 3°), daarna naar de oversteekplaats voor voetgangers in de straat die u inrijdt.

Zware fout op het examen De artikelen 19.4 en 19.5 zijn van de 3de graad (KB van 30 september 2005, art. 3, 13° en 14°). Zie de les Van richting veranderen.

Dezelfde logica geldt wanneer u een garage of een parking uitrijdt: wanneer u het trottoir oversteekt, verleent u voorrang aan de voetgangers en de jonge fietsers die het gebruiken (art. 12.4bis, 2de graad). Zie de les Manoeuvres, uit een aanpalende eigendom komen en achteruitrijden.

De voetganger die op de rijbaan loopt

Waar moet de voetganger lopen?

De voetganger gebruikt eerst het trottoir of het deel van de openbare weg dat voorbehouden is door de verkeersborden D9, D10 of D11. Is dat er niet, dan gebruikt hij in deze volgorde: het deel gesignaleerd door D13, de verhoogde berm, de gelijkgrondse berm, de parkeerstrook, de zijdelingse strook, het fietspad (waarbij hij voorrang verleent aan wie erop rijdt) en, als laatste, de rijbaan (art. 42.1).

Op de rijbaan houdt de voetganger zich zo dicht mogelijk bij de rand, aan de linkerkant ten opzichte van zijn looprichting, tenzij zijn veiligheid rechtvaardigt dat hij rechts loopt (art. 42.1). Links lopen laat hem toe de voertuigen te zien die op hem afkomen.

De zijdelingse afstand: 1 m, en 1,5 m buiten de bebouwde kom

Wanneer u een voetganger die op de rijbaan loopt kruist of inhaalt, laat u ten minste 1 m tussen hem en uw voertuig. Buiten de bebouwde kom bedraagt die afstand ten minste 1,5 m. Kunt u die afstand niet naleven, dan rijdt u slechts stapvoets en stopt u zo nodig (art. 40.7).

Buiten de bebouwde kom, zonder trottoir: voetganger P loopt aan de linkerrand, met het gezicht naar u; auto B komt u tegemoet.
Bij Ciney, zonder trottoir: voetganger P loopt aan de linkerrand, met het gezicht naar u, en auto B komt u tegemoet. 1,5 m laten is onmogelijk: u rijdt stapvoets voorbij of u wacht tot B voorbij is.

Een hindernis op het trottoir

Een stelling of een bestelwagen die op het trottoir geparkeerd staat, dwingt voetgangers soms om op de rijbaan te lopen. U laat dan langs de hindernis een vrije ruimte van ten minste 1 m; zo niet, en loopt er een voetganger ter hoogte van de hindernis, dan rijdt u stapvoets voorbij (art. 40.6).

Let op bij het examen De afstanden van de artikelen 40.6 en 40.7 zijn niet van de 3de graad, in tegenstelling tot die tegenover fietsers (art. 40ter). Maar een voetganger in gevaar brengen die regelmatig op de rijbaan loopt, valt onder artikel 40.1, van de 3de graad.

Bussen, autocars en trams die stilstaan

Rond een bus of een tram die stilstaat, stappen reizigers uit, steken ze voor het voertuig over of lopen ze om het nog te halen. U moet uw snelheid matigen wanneer u rijdt langs een autobus, een autocar, een trolleybus, een minibus of een tram die stilstaat om reizigers te laten in- of uitstappen (art. 40.3.1). De wegcode noemt geen cijfer: u moet kunnen reageren op een voetganger die plots opduikt.

Aan een halte zonder vluchtheuvel steken de reizigers uw rijstrook over om het trottoir te bereiken. Rijdt u aan de kant waar de reizigers in- en uitstappen, dan stopt u om hen te laten in- en uitstappen en veilig het voertuig of het trottoir te laten bereiken; daarna vertrekt u opnieuw met matige snelheid (art. 40.3.2).

Zware fout op het examen Deze twee verplichtingen zijn van de 3de graad (KB van 30 september 2005, art. 3, 24° en 25°). Zie de lessen Bus en openbaar vervoer en De tram.

De voetganger van zijn kant begeeft zich niet op een oversteekplaats voor voetgangers waarover een tramspoor loopt wanneer een tram nadert, behalve als verkeerslichten het hem toestaan (art. 42.4.6).

Groepen, stoeten en scholieren

Het is verboden te breken door een stoet, een groep voetgangers of een processie (art. 41.1), en ook door een groep kinderen, scholieren, personen met een handicap of ouderen die in rijen loopt onder leiding van een leider, of die oversteekt met een jeugdverkeersbrigade, een leider of een gemachtigd opzichter (art. 40bis, 1). U wacht tot de hele groep voorbij is, ook als de kop van de groep het trottoir al heeft bereikt.

Aan scholen kan een gemachtigd opzichter het verkeer stilleggen met een schijf waarop het verkeersbord C3 is afgebeeld. U moet zijn aanwijzingen opvolgen (art. 40bis, 2 en 3).

C3 — Verboden toegang, in beide richtingen, voor iedere bestuurder

Verwacht deze groepen op de rijbaan: stoeten en groepen met een leider mogen er aan de rechterkant lopen, en groepen van minstens vijf personen met een leider mogen links lopen, achter elkaar (art. 42.3).

Zware fout op het examen Door een groep breken of de aanwijzingen van een gemachtigd opzichter niet opvolgen zijn overtredingen van de 3de graad. Zie de les Kinderen, ouderen en personen met een beperkte mobiliteit.

De ruimtes waar de voetganger thuis is

In bepaalde ruimtes blijft de voetganger niet beperkt tot het trottoir, en veranderen uw verplichtingen.

Ruimtes gedeeld met voetgangers: wat de bestuurder moet doen
RuimteVerkeersbordenRegel voor de bestuurderArtikel
Woonerf of erfF12a (begin), F12b (einde)Maximaal 20 km/u; voetgangers mogen de volledige breedte gebruiken en spelen is toegelaten; u brengt hen niet in gevaar, u hindert hen niet en u stopt zo nodig22bis
VoetgangerszoneF103 (begin), F105 (einde)Alleen bepaalde bestuurders hebben toegang; zij rijden stapvoets, verlenen voorrang aan voetgangers en stoppen zo nodig22sexies
SpeelstraatHek met het verkeersbord C3 en de vermelding “speelstraat”Beperkte toegang (bewoners, prioritaire voertuigen, voertuigen met een vergunning, fietsers); stapvoets; u verleent voorrang aan de spelende kinderen22septies
Weg voorbehouden voor voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecsF99a of F99b (begin), F101a of F101b (einde)Voorbehouden voor de weggebruikers die op het verkeersbord zijn afgebeeld (voetgangers, fietsers, ruiters, speed pedelecs); zij brengen elkaar niet in gevaar; maximaal 30 km/u22quinquies
SchoolomgevingF4a met A23 (begin), F4b (einde)Maximaal 30 km/u; extra voorzichtigheid als er kinderen zijn2.37 en 22quater

Zware fout op het examen Voetgangers in deze ruimtes in gevaar brengen of hinderen is van de 3de graad (KB van 30 september 2005, art. 3, 15° tot 18°). Sneller rijden dan 20 km/u in een woonerf of 30 km/u in een schoolomgeving is ook een zware fout. Zie de les Zones 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones.

Wat de wegcode de voetganger oplegt

Wie de regels voor voetgangers kent, kan hun gedrag beter voorspellen.

  • Hij steekt haaks op de as van de rijbaan over, zonder te treuzelen (art. 42.4.1).
  • Is er op minder dan ongeveer 20 m een oversteekplaats voor voetgangers, dan moet hij die gebruiken (art. 42.4.1).
  • Bij voetgangerslichten wacht hij op het groene silhouet; zonder voetgangerslichten volgt hij de bevoegde persoon of de verkeerslichten voor de bestuurders (art. 42.4.2 en 42.4.3).
  • Waar niets het verkeer regelt, begeeft hij zich alleen voorzichtig op de rijbaan, rekening houdend met de naderende voertuigen (art. 42.4.4).
  • Leidt hij een fiets aan de hand of draagt hij omvangrijke voorwerpen en hindert hij daardoor de andere voetgangers aanzienlijk, dan volgt hij de rijbaan (art. 42.2.1).
  • Hij heeft geen toegang tot de autosnelweg (art. 21.1) of de autoweg (art. 22.1). Het verkeersbord C19 verbiedt hem de toegang tot een weg.
C19 — Verboden toegang voor voetgangers

Veelgemaakte fout Denken dat een voetganger die in fout is, alle bescherming verliest. Een voetganger die op 10 m van een oversteekplaats voor voetgangers oversteekt, begaat een overtreding. Maar u mag hem nooit in gevaar brengen (art. 7.1) en u moet kunnen stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien (art. 10.1, 3°).

‘s Nachts en bij slecht weer

Een voetganger in donkere kleding wordt in de regen pas heel laat gezien. Brussel Mobiliteit raadt voetgangers lichte of reflecterende kleding aan. Dat advies is voor de alleen lopende voetganger geen verplichting van de wegcode. Volgens het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (pagina “Zichtbaarheid = veiligheid” op be.brussels, geraadpleegd in oktober 2026) nemen de ongevallen met voetgangers in Brussel in oktober en november tijdens de avondspits met 28 % toe. Voor u is het gevolg eenvoudig: vertraag bij het vallen van de avond waar voetgangers te verwachten zijn en let op de randen van de rijbaan.

Overzicht: zware fout of gewone fout?

Op het examen kost een gewone fout 1 punt en een zware fout 5 punten. U hebt minstens 41/50 nodig, en met twee zware fouten bent u niet geslaagd, in de drie gewesten. Een zware fout betreft een overtreding van de 3de of de 4de graad, of het overschrijden van een toegelaten maximumsnelheid. Zie de pagina Zware fouten op het theorie-examen.

Verplichtingen tegenover voetgangers: indeling op het theorie-examen
VerplichtingArtikelOp het examen
Een voetganger in gevaar brengen; geregelde en niet-geregelde oversteekplaatsen; afslaan; inhalen voor een oversteekplaats40.1, 40.4, 19.4, 19.5, 17.2, 5°Zware fout (3de graad)
Bus of tram die stilstaat; groepen en gemachtigde opzichters40.3, 40bis, 41.1Zware fout (3de graad)
Woonerven, voetgangerszones, speelstraten, voorbehouden wegen22bis, 22sexies, 22septies, 22quinquiesZware fout (3de graad)
Sneller rijden dan 20 km/u in een woonerf, 30 km/u in een schoolomgeving22bis, 22quaterZware fout (maximumsnelheid)
Op de oversteekplaats vast komen te staan; afstanden van 1 m en 1,5 m40.5, 40.6, 40.7Gewone fout
Stilstaan op de oversteekplaats of 5 m ervoor; een garage uitrijden zonder voorrang te verlenen24, 12.4bisGewone fout (2de graad)
Regels die aan de voetgangers zelf worden opgelegd42Gewone fout

De indeling van de examenvragen wordt niet gepubliceerd: die van onze oefenvragen volgt de reglementaire tekst (KB van 30 september 2005).

Om te onthouden Zoek de oversteekplaatsen van ver en ga van het gas voor u er bent. De voetganger die zich op een niet-geregelde oversteekplaats bevindt of op het punt staat zich erop te begeven, gaat voor u. Bij het afslaan gaat de voetganger die de straat oversteekt die u inrijdt voor u, zelfs bij groen licht. Een stilstaande bus of een auto die voor een oversteekplaats stopt, kan een voetganger verbergen. En een voetganger in fout blijft een voetganger: u mag hem nooit in gevaar brengen.

Nuttige definities

Voetganger
Persoon die zich te voet verplaatst. Gelijkgesteld met voetgangers zijn de personen die met de hand een kruiwagen, een kinderwagen, een rolstoel of een klein voertuig zonder motor voortduwen, en zij die een fiets, een gemotoriseerd rijwiel of een tweewielige bromfiets aan de hand leiden (art. 2.46).
Trottoir
Deel van de openbare weg, al dan niet verhoogd, speciaal ingericht voor voetgangers, verhard en duidelijk gescheiden van de andere delen (art. 2.40).
Oversteekplaats voor voetgangers
Deel van de rijbaan, afgebakend door witte banden evenwijdig met de as van de rijbaan, waar voetgangers oversteken (art. 76.3). Ze kan aangekondigd worden door het verkeersbord A21 en aangeduid worden door het verkeersbord F49.
Niet-geregelde oversteekplaats
Oversteekplaats voor voetgangers waar het verkeer niet geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten. De bestuurder nadert ze met matige snelheid en verleent voorrang aan voetgangers die zich erop bevinden of op het punt staan zich erop te begeven (art. 40.4.2).
Stapvoets
Snelheid van een persoon die wandelt. De wegcode drukt die niet in cijfers uit. Hij legt ze onder meer op in voetgangerszones, in speelstraten en wanneer u de voorgeschreven zijdelingse afstand tegenover een voetganger niet kunt laten (art. 40.6 en 40.7).
Gemachtigd opzichter
Volwassene van minstens 18 jaar, gemachtigd door de burgemeester, die kinderen, scholieren, ouderen of personen met een handicap laat oversteken. Hij draagt een armband in de nationale kleuren en legt het verkeer stil met een schijf waarop het verkeersbord C3 is afgebeeld (art. 40bis en 59.21).

Toegestaan of verboden?

Toegestane en verboden situaties
SituatieOordeelToelichting
Voorbijrijden aan een voetganger die aan de rand van een oversteekplaats zonder verkeerslichten wacht, met het gezicht naar de oversteekplaatsVerbodenHij staat op het punt zich erop te begeven: u verleent hem voorrang (art. 40.4.2). Zware fout op het examen.
Bij groen licht afslaan terwijl een voetganger de straat oversteekt die u inrijdtVerbodenU laat hem eerst voorgaan (art. 19.5). Zware fout op het examen.
Een auto inhalen die stopt voor een niet-geregelde oversteekplaats voor voetgangersVerbodenHij verbergt misschien een voetganger (art. 17.2, 5°). Zware fout op het examen.
3 m voor een oversteekplaats voor voetgangers stilstaan om een passagier af te zettenVerbodenStilstaan en parkeren zijn verboden op de oversteekplaats en op minder dan 5 m ervoor (art. 24). Overtreding van de 2de graad.
Bij groen licht vertrekken terwijl een oudere persoon nog aan het oversteken isVerbodenU laat haar haar oversteek met een normale gang beëindigen (art. 40.4.1). Zware fout op het examen.
Een voetganger kruisen op een landweg zonder trottoir en hem 1 m latenVerbodenBuiten de bebouwde kom is ten minste 1,5 m nodig. Anders stapvoets en zo nodig stoppen (art. 40.7).
Een voetganger op de rijbaan binnen de bebouwde kom kruisen en hem 1 m latenToegestaanBinnen de bebouwde kom bedraagt de minimumafstand 1 m (art. 40.7). Pas hem aan als de voetganger een kind of een oudere persoon is.
Langs een tram die stilstaat voor reizigers rijden aan de toegelaten maximumsnelheidVerbodenU moet uw snelheid matigen (art. 40.3.1). Zware fout op het examen.
Met een toegelaten voertuig stapvoets tussen de voetgangers in een voetgangerszone rijdenOnder voorwaardenAlleen als uw voertuig tot de toegelaten voertuigen behoort; u verleent voorrang aan de voetgangers en u stopt zo nodig (art. 22sexies).
Voor een voetganger: de rijbaan oversteken op 15 m van een oversteekplaats voor voetgangersVerbodenOp minder dan ongeveer 20 m van een oversteekplaats moet de voetganger die gebruiken (art. 42.4.1).
Voor een voetganger: bij gebrek aan een trottoir aan de rechterkant van de rijbaan lopenOnder voorwaardenIn principe loopt hij links; rechts alleen als zijn veiligheid dat rechtvaardigt (art. 42.1).

Om te onthouden

  • Aan een oversteekplaats zonder verkeerslichten of bevoegd persoon: matige snelheid, en u verleent voorrang aan voetgangers die zich erop bevinden of op het punt staan zich erop te begeven (art. 40.4.2).
  • Bij verkeerslichten: u laat de voetgangers die al oversteken hun oversteek beëindigen, zelfs bij groen, en u stopt vóór de oversteekplaats wanneer uw licht rood is (art. 40.4.1).
  • Bij het afslaan verleent u voorrang aan de voetgangers die de straat oversteken die u inrijdt, zelfs bij groen licht (art. 19.5).
  • Haal nooit een voertuig in dat vertraagt of stopt voor een niet-geregelde oversteekplaats voor voetgangers (art. 17.2, 5°).
  • Voetganger op de rijbaan: ten minste 1 m, ten minste 1,5 m buiten de bebouwde kom, anders stapvoets (art. 40.7).
  • Bus of tram die stilstaat voor reizigers: u matigt uw snelheid; aan een halte zonder vluchtheuvel stopt u aan de kant waar de reizigers in- en uitstappen (art. 40.3).
  • Stilstaan en parkeren verboden op de oversteekplaats en op minder dan 5 m ervoor (art. 24): overtreding van de 2de graad, geen zware fout.
  • De verplichtingen van de artikelen 19.4, 19.5, 40.1, 40.3, 40.4, 40bis en 41.1 zijn van de 3de graad: zware fout op het examen (−5).

Let op bij het examen

  • Let op bij het examen: de voetganger die aan de rand van het trottoir wacht, met het gezicht naar de oversteekplaats, heeft al voorrang. “Op het punt staan zich erop te begeven” volstaat (art. 40.4.2).
  • Let op bij het examen: uw groen licht geeft u geen voorrang op de voetgangers die de straat oversteken waarin u afslaat (art. 19.5).
  • Let op bij het examen: de fietser die zijn fiets aan de hand leidt, is een voetganger (art. 2.46), terwijl het kind jonger dan 10 jaar dat op het trottoir fietst, een fietser blijft.
  • Let op bij het examen: de zijdelingse afstand tegenover een voetganger bedraagt 1 m binnen de bebouwde kom en 1,5 m buiten de bebouwde kom; kan dat niet, dan rijdt u stapvoets, en volstaat een claxonsignaal niet.
  • Let op bij het examen: zonder trottoir loopt de voetganger aan de linkerkant van de rijbaan, niet rechts zoals de voertuigen (art. 42.1).
  • Let op bij het examen: voor een oversteekplaats voor voetgangers stilstaan om iemand af te zetten is verboden, maar het is een overtreding van de 2de graad (−1), terwijl geen voorrang verlenen aan de voetganger een zware fout is (−5).

Veelgemaakte fout

  • Veelgemaakte fout: wachten tot de voetganger een voet op de witte banden zet om te remmen, terwijl u voorrang moet verlenen zodra hij op het punt staat zich erop te begeven.
  • Veelgemaakte fout: langs de linkerrijstrook een auto inhalen die voor een oversteekplaats voor voetgangers stilstaat, zonder de voetganger te zien die hij verbergt.
  • Veelgemaakte fout: vertrekken zodra het licht op groen springt, zonder na te gaan of er nog een voetganger op de oversteekplaats is.
  • Veelgemaakte fout: denken dat een voetganger die buiten de oversteekplaats oversteekt, geen enkele bescherming meer heeft.
  • Veelgemaakte fout: in een file de oversteekplaats voor voetgangers oprijden en er vast komen te staan (art. 40.5).

Bijzondere gevallen

  • Persoon in een rolstoel: de persoon met een beperkte mobiliteit in een elektrische rolstoel volgt de regels voor voetgangers zolang hij niet sneller dan stapvoets rijdt; daarboven wordt hij gelijkgesteld met een fietser (art. 7bis). De persoon die een rolstoel duwt, is een voetganger (art. 2.46). U past dezelfde regels toe als tegenover een voetganger: voorrang op de oversteekplaats, zijdelingse afstand, dubbele voorzichtigheid (art. 40.2).
  • Persoon met een witte of gele stok: de wegcode noemt uitdrukkelijk blinden met een witte of een gele stok bij de personen tegenover wie u dubbel voorzichtig bent, vertraagt en zo nodig stopt (art. 40.2).
  • Doorlopend trottoir: een verhoogd trottoir dat over de rijbaan doorloopt, behoudt zijn bestemming als trottoir (art. 2.40). Wanneer u het oversteekt, verleent u voorrang aan de weggebruikers die het mogen gebruiken (art. 12.4bis).
  • Parkeren op een berm: moeten voetgangers die berm volgen, dan laat u voor hen een begaanbare strook van ten minste 1,50 m vrij, aan de buitenkant van de openbare weg (art. 23.1.2). Stilstaan en parkeren zijn verboden op de trottoirs en, binnen de bebouwde kom, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering (art. 24).
  • Erf: de voetgangers mogen de volledige breedte van de openbare weg gebruiken, maar ze mogen het verkeer niet nodeloos belemmeren (art. 22bis).
  • Speelstraat: de kinderen die spelen worden gelijkgesteld met voetgangers, maar de verkeersregels voor voetgangers van artikel 42 zijn niet op hen van toepassing. De toegelaten bestuurders rijden stapvoets (art. 22septies).
  • Schoolstraat: op de vastgestelde uren is de weg voorbehouden voor voetgangers, rijwielen en speed pedelecs; de toegelaten voertuigen rijden er stapvoets en verlenen voorrang aan voetgangers en fietsers (art. 22undecies).
  • Nieuwe Code van de openbare weg: de wegcode van 1975 blijft van toepassing tot de inwerkingtreding van de Code van de openbare weg, gepland op 1 juni 2027. Volgens de FOD Mobiliteit en Vervoer veranderen dan verschillende punten voor voetgangers, bijvoorbeeld het diagonaal oversteken dat toegelaten wordt op bepaalde kruispunten met een “vierkant groen” voor voetgangers, of de mogelijkheid voor groepen voetgangers om 's nachts retroreflecterende vesten te dragen in plaats van lichten. Ook de nummering van de artikelen verandert. Tot 31 mei 2027 gaat het examen over de wegcode van 1975 die in deze les beschreven wordt.

Regionale verschillen

Regionaal verschil De gedragsregels tegenover voetgangers (artikelen 19, 40, 40bis, 41 en 42) zijn identiek in de drie gewesten. Alleen bepaalde standaardsnelheden, die ook de voetgangers beschermen, verschillen:

  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest: sinds 1 januari 2021 is de snelheid binnen de bebouwde kom standaard beperkt tot 30 km/u, tenzij een verkeersbord C43 een andere limiet aangeeft (art. 11.1, Brusselse versie).
  • Wallonië en Vlaanderen: de standaardsnelheid binnen de bebouwde kom blijft 50 km/u (art. 11.1, Waalse en Vlaamse versie). Een zone 30 of een schoolomgeving legt 30 km/u op.
  • Alleen Wallonië: de snelheid is beperkt tot 30 km/u op de delen van de openbare weg die door de verkeersborden D9 of D10 voorbehouden zijn voor voetgangers en fietsers (art. 11.1, Waalse versie). De Brusselse en de Vlaamse versie voorzien niet in die specifieke limiet.

In alle gevallen is het overschrijden van een toegelaten maximumsnelheid een zware fout op het examen, in welk gewest ook.

Veelgestelde vragen

Moet ik stoppen als een voetganger aan de rand van een oversteekplaats voor voetgangers wacht?

Ja, aan een oversteekplaats zonder verkeerslichten of bevoegd persoon. U moet voorrang verlenen aan de voetgangers die zich op de oversteekplaats bevinden, maar ook aan wie op het punt staat zich erop te begeven, zoals een voetganger die met het gezicht naar de oversteekplaats wacht (art. 40.4.2). Op het examen is dat een zware fout.

Een voetganger steekt over buiten de oversteekplaats voor voetgangers: wie heeft voorrang?

De voetganger die op minder dan ongeveer 20 m van een oversteekplaats oversteekt zonder die te gebruiken, begaat een overtreding (art. 42.4.1). De verplichting om voorrang te verlenen van artikel 40.4.2 geldt op de oversteekplaats. Maar u mag een voetganger nooit in gevaar brengen (art. 7.1) en u moet altijd kunnen stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien (art. 10.1, 3°): u remt.

Mijn licht is groen en ik sla rechts af: moet ik de voetgangers laten voorgaan?

Ja. Wanneer u van richting verandert, verleent u voorrang aan de voetgangers die de rijbaan oversteken die u oprijdt (art. 19.5). Zij hebben vaak tegelijk met u groen. Op het examen is dat een zware fout.

Welke afstand laat ik aan een voetganger die op de weg loopt?

Ten minste 1 m, en ten minste 1,5 m buiten de bebouwde kom. Kunt u die afstand niet naleven, dan rijdt u stapvoets en stopt u zo nodig (art. 40.7).

Mag ik voor een oversteekplaats voor voetgangers stilstaan om iemand af te zetten?

Nee. Stilstaan en parkeren zijn verboden op de oversteekplaats voor voetgangers en op de rijbaan op minder dan 5 m ervoor (art. 24, lid 1, 4°). Dat is een overtreding van de 2de graad: op het examen kost een fout op deze vraag 1 punt.

Moet een voetganger 's nachts een reflecterend hesje dragen?

De wegcode legt dat niet op aan de alleen lopende voetganger. Brussel Mobiliteit raadt lichte of reflecterende kleding aan. Alleen stoeten en groepen in rijen die 's nachts op de rijbaan lopen, moeten verlicht zijn, met een wit of geel licht vooraan en een rood licht achteraan (art. 30.3, 5°).

Officiële bronnen

Laatste controle van de regelgeving: 30/10/2026

Een fout of een gewijzigde regelgeving? Meld het ons.

Test uzelf: 4 gratis vragen

Vraag 1 / 4

Straat met tweerichtingsverkeer binnen de bebouwde kom. Uw auto rijdt naar rechts in beeld en nadert een oversteekplaats voor voetgangers zonder verkeerslichten, aangeduid met een verkeersbord F49. Op het rechtertrottoir, aan de rand van de oversteekplaats, wacht voetganger P, met het gezicht naar de rijbaan.
U rijdt binnen de bebouwde kom en nadert deze oversteekplaats voor voetgangers, zonder verkeerslichten of bevoegd persoon. Voetganger P wacht aan de rand van het trottoir, met het gezicht naar de oversteekplaats. Wat doet u?

Vraag 2 / 4

Kruispunt met verkeerslichten binnen de bebouwde kom. Uw auto staat stil op de zuidelijke tak, vlak vóór een oversteekplaats voor voetgangers; uw verkeerslicht is groen. Voetganger P bevindt zich midden op die oversteekplaats, vóór uw auto.
Uw verkeerslicht springt op groen. Voetganger P is beginnen over te steken toen zijn voetgangerslicht groen was. Dat licht is net op rood gesprongen, en P is nog midden op de oversteekplaats, vóór u. Wat doet u?

Vraag 3 / 4

Kruispunt met verkeerslichten binnen de bebouwde kom. Uw auto komt via de zuidelijke tak aan, met de rechter richtingaanwijzer aan, en gaat naar het oosten afslaan; uw verkeerslicht is groen. Op de oostelijke tak steekt voetganger P over op de oversteekplaats voor voetgangers.
Uw verkeerslicht is groen en u slaat rechts af. Voetganger P steekt op de oversteekplaats voor voetgangers de straat over die u gaat inrijden. Wie mag eerst?

Vraag 4 / 4

Landelijke weg buiten de bebouwde kom, met tweerichtingsverkeer, zonder trottoir of berm. Uw auto rijdt naar rechts in beeld. Voetganger P loopt aan de rand van de rijbaan, aan uw kant, en komt naar u toe. Er komt geen tegenverkeer.
Buiten de bebouwde kom, op deze weg zonder trottoir of berm, loopt voetganger P u tegemoet aan de rand van de rijbaan. Welke minimale zijdelingse afstand moet u hem laten wanneer u langs hem rijdt?
Oefenen