Deze woordenlijst bundelt meer dan 140 termen van het theorie-examen voor rijbewijs B, van « aanhangwagen » tot « zware fout ». De definities volgen de Belgische wegcode, in het bijzonder artikel 2, en de meeste termen verwijzen naar de gratis les die de regel uitlegt.
Op het theorie-examen draaien veel vragen om één woord: staat een auto die tankt stil of is hij geparkeerd? Hoort een fietspad bij de rijbaan? Deze woordenlijst geeft u de precieze definitie van meer dan 140 termen, zoals die volgt uit de Belgische wegcode, met voor de meeste termen een link naar de gratis les die ze uitgebreid uitlegt.
De wettelijke definities komen grotendeels uit artikel 2 van de wegcode (koninklijk besluit van 1 december 1975). De andere termen volgen het artikel dat het begrip regelt, of de officiële pagina’s van de gewesten voor de woordenschat van het examen. De artikels van de nuttigste begrippen worden vermeld in de tabel hieronder en in de lessen. Laatste controle: 30 oktober 2026.
Zes definities die vaak het verschil maken
| Begrip | Wat de wegcode zegt | De valkuil |
|---|---|---|
| Stilstaan of parkeren | Stilstaan duurt niet langer dan nodig is voor het in- of uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken. Duurt het langer, dan is het parkeren (art. 2.22 en 2.23). | Tanken of een elektrische auto opladen is parkeren. |
| Bebouwde kom | Gebied met bebouwing waarvan de invalswegen aangeduid zijn met de verkeersborden F1, F1a of F1b, en de uitvalswegen met F3, F3a of F3b (art. 2.12). | Het verkeersbord telt, niet de aanwezigheid van huizen. |
| Rijbaan | Het deel van de openbare weg dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht (art. 2.1). | Het fietspad maakt geen deel uit van de rijbaan (art. 2.7). |
| Voetganger | Persoon die zich te voet verplaatst, ook wie een fiets of een tweewielige bromfiets aan de hand leidt (art. 2.46). | De fietser die afstapt en zijn fiets aan de hand leidt, volgt de regels voor voetgangers. |
| Rotonde | Verkeer in één richting rond een aangelegd middeneiland, gesignaleerd met D5, met een B1 of een B5 aan de toegangswegen (art. 2.39). | U verleent voorrang wanneer u de rotonde oprijdt: voorrang van rechts speelt niet. |
| Elektrische fiets | Blijft een rijwiel als de trapondersteuning (hoogstens 0,25 kW) wordt onderbroken bij 25 km/u of zodra u ophoudt met trappen (art. 2.15.1). | Een krachtigere motor (tot 1 kW, onderbreking bij 25 km/u) maakt er een gemotoriseerd rijwiel van; ondersteuning tot 45 km/u maakt er een speed pedelec van, ingedeeld bij de bromfietsen (art. 2.15.3 en 2.17). |
Let op bij het examen In de omgangstaal spreekt men ook van een « kruising », maar de wegcode definieert alleen het « kruispunt » (art. 2.9). Evenmin definieert de wegcode de « openbare weg » in artikel 2: hij regelt het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan door voetgangers, voertuigen en dieren (art. 1).
Hoe gebruikt u deze woordenlijst?
- Klik op een letter om meteen naar de termen te gaan die met die letter beginnen.
- Onder elke definitie opent de link « Zie » de les die de regel in detail uitlegt, met schema’s en verbeterde vragen.
- Zoekt u eerder een verkeersbord dan een woord? Raadpleeg de gids over de verkeersborden in België.
- U kunt ook de hele site doorzoeken:
Regionaal verschil De definities van artikel 2 zijn dezelfde in heel België, maar sommige regels die ermee samenhangen, zijn door de gewesten aangepast. Voorbeeld: behoudens andersluidende signalisatie is de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 30 km/u in Brussel en 50 km/u in Wallonië en Vlaanderen. De lessen vermelden elk verschil.
Alle definities van A tot Z
1
- 12 uur theorieles in een erkende rijschool
- Theorieopleiding van 12 uur in een erkende rijschool, verplicht na twee opeenvolgende mislukkingen voor het theorie-examen, voor u het opnieuw mag afleggen. De regel geldt in de drie Gewesten.
A
- Aanhangwagen
- Elk voertuig dat bestemd is om door een ander te worden voortbewogen.Zie: Lading, afmetingen en aanhangwagen
- Aanvraagdocument voor een voorlopig rijbewijs (bewijs van slagen)
- Document dat bewijst dat u geslaagd bent voor het theorie-examen (in Vlaanderen het aanvraagdocument, in Brussel het getuigschrift). Het is 3 jaar geldig in Brussel, in Wallonië (36 maanden, zonder verlenging) en in Vlaanderen: het praktijkexamen moet worden afgelegd voor het verloopt.Zie: Rijbewijs en boorddocumenten
- Aardeweg
- Openbare weg die breder is dan een pad en die niet ingericht is voor het voertuigenverkeer in het algemeen. De aardeweg verliest die hoedanigheid niet, ook niet als hij bij de aansluiting op een andere weg op een rijbaan lijkt. De bestuurder die eruit komt, moet voorrang verlenen.Zie: De openbare weg en zijn delen Voorrang van rechts
- Achteruitrijden
- Manoeuvre die verplicht om voorrang te verlenen aan alle andere weggebruikers. Achteruitrijden op een autosnelweg of een autoweg is een overtreding van de 4de graad: zware fout op het examen.Zie: Manoeuvres, uit een eigendom komen en achteruitrijden De autosnelweg
- Alcohol achter het stuur (wettelijke limiet)
- De algemene wettelijke limiet is 0,5 gram alcohol per liter bloed, of 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht. Voor bepaalde bestuurders geldt een lagere limiet, met name voor beroepsbestuurders.Zie: Alcohol achter het stuur
- Auto
- Elk motorvoertuig, de trolleybus inbegrepen, dat geen bromfiets, motorfiets, driewieler of vierwieler met motor is. Een personenwagen is een auto.Zie: Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Autobus
- Motorvoertuig ontworpen en gebouwd voor het vervoer van zittende en staande passagiers, met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend.Zie: Bus en openbaar vervoer Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Autocar
- Motorvoertuig ontworpen en gebouwd voor het vervoer van uitsluitend zittende passagiers, met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend.Zie: Bus en openbaar vervoer Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Autodelen
- Het systematisch en beurtelings gebruiken van een of meer auto's door vooraf bepaalde personen, tegen betaling, via een vereniging voor autodelen. Gewone verhuur valt er niet onder.Zie: Gereglementeerd parkeren, blauwe zone en parkeerplaatsen voor personen met een handicap
- Autosnelweg
- Openbare weg waarvan het begin of de oprit aangeduid is met het verkeersbord F5 en het einde met het verkeersbord F7. De bijzondere regels voor de autosnelweg gelden vanaf het verkeersbord F5.Zie: De autosnelweg
- Autoweg
- Openbare weg waarvan het begin aangeduid is met het verkeersbord F9 en het einde met het verkeersbord F11. Er gelden regels die lijken op die van de autosnelweg, vanaf het verkeersbord F9.Zie: De autowegen
B
- Bebouwde kom
- Gebied met bebouwing waarvan de invalswegen aangeduid zijn met de verkeersborden F1a of F1b, en de uitvalswegen met de verkeersborden F3a of F3b. Het is het verkeersbord, en niet alleen de aanwezigheid van huizen, dat het begin en het einde van de bebouwde kom in de zin van de wegcode aanduidt.Zie: De openbare weg en zijn delen Snelheidsbeperkingen
- Beperkt eenrichtingsverkeer
- Weg met eenrichtingsverkeer (verkeersbord F19) waar de fietsers, en naargelang het onderbord de bromfietsen klasse A of de speed pedelecs, in beide richtingen mogen rijden. Het wordt aangeduid met een onderbord M onder het F19 en onder het C1 aan het andere uiteinde.Zie: Fietsers, speed pedelecs en steps Plaats op de rijbaan
- Bestuurder
- Al wie een voertuig bestuurt, of trek-, last- of rijdieren of vee geleidt of bewaakt.Zie: Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Betalend parkeren
- Reglementering die het gebruik van een of meer parkeerplaatsen tegen betaling toelaat, onder de voorwaarden die ter plaatse bekendgemaakt worden.Zie: Gereglementeerd parkeren, blauwe zone en parkeerplaatsen voor personen met een handicap
- Bevoegd persoon
- Persoon die volgens de wegcode bevoegd is om het verkeer te regelen en bevelen te geven aan de weggebruikers: in de eerste plaats het operationeel personeel van de federale en de lokale politie, maar ook andere personen die de wegcode aanwijst. Zijn bevelen gaan voor op de verkeerstekens en op de verkeersregels.Zie: Bevoegde personen Rangorde van bevelen, verkeerstekens en verkeersregels
- Bewonerskaart
- Gemeentelijke parkeerkaart voor personen die hun hoofdverblijfplaats of domicilie hebben in de gemeente, de zone of de straat die op de kaart vermeld is.Zie: Gereglementeerd parkeren, blauwe zone en parkeerplaatsen voor personen met een handicap
- Bijkomende groene pijl
- Groene pijl die tegelijk met een rood of een oranjegeel licht brandt: hij laat toe alleen in de aangeduide richting verder te rijden, op voorwaarde dat u voorrang verleent aan de bestuurders die op regelmatige wijze uit andere richtingen komen en aan de voetgangers. Hem niet naleven is een zware fout op het examen.Zie: Verkeerslichten
- Bijzondere overrijdbare bedding
- Deel van de openbare weg voorbehouden voor de geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer en voor de andere categorieën die eventueel zijn aangeduid, aangeduid met het verkeersbord F18 en afgebakend door een of twee brede witte doorlopende strepen of door dambordmarkeringen. Ze maakt geen deel uit van de rijbaan; de andere bestuurders mogen ze alleen overrijden om omheen een hindernis te rijden, om ze op een kruispunt te dwarsen of om een eigendom of een parkeerplaats te bereiken.Zie: De tram Bus en openbaar vervoer Rijstroken, files en voorbehouden stroken
- Blauwe zone (parkeerschijf)
- Zone met beperkte parkeertijd waar u de parkeerschijf moet aanbrengen met uw tijdstip van aankomst. Behoudens andersluidende signalisatie is ze verplicht op werkdagen van 9 tot 18 uur, voor een maximale duur van 2 uur.Zie: Gereglementeerd parkeren, blauwe zone en parkeerplaatsen voor personen met een handicap
- Bromfiets klasse A
- Twee- of driewielige bromfiets waarvan de snelheid door de constructie beperkt is tot 25 km/u, met een motor met inwendige verbranding van ten hoogste 50 cm³ en 4 kW, of een elektrische motor van ten hoogste 4 kW. Gemotoriseerde voortbewegingstoestellen zijn geen bromfietsen.Zie: Motorfietsen en bromfietsen Fietsers, speed pedelecs en steps
- Bromfiets klasse B
- Twee-, drie- of vierwielig voertuig waarvan de snelheid door de constructie beperkt is tot 45 km/u, binnen de vermogensgrenzen die de wegcode bepaalt. De drie- of vierwielige modellen hebben ten hoogste twee zitplaatsen, die van de bestuurder inbegrepen.Zie: Motorfietsen en bromfietsen
- Busstrook
- Strook die aangeduid is met het verkeersbord F17 en afgebakend door een of twee brede witte onderbroken strepen of door dambordmarkeringen, voorbehouden voor de voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer en voor de andere categorieën die op het verkeersbord of op een onderbord zijn aangeduid. De andere bestuurders mogen ze gebruiken om omheen een hindernis te rijden, om in de nabijheid van een kruispunt van richting te veranderen of om een eigendom of een parkeerplaats te bereiken.Zie: Rijstroken, files en voorbehouden stroken Bus en openbaar vervoer
C
- Code van de openbare weg
- Nieuw geheel van regels (koninklijk besluit van 3 juni 2024 en de Brusselse, Vlaamse en Waalse gewestelijke codes) dat de wegcode van 1975 zal vervangen. De inwerkingtreding, eerst gepland op 1 september 2026, is uitgesteld tot 1 juni 2027.Zie: Rangorde van bevelen, verkeerstekens en verkeersregels
D
- Dambordmarkering
- Witte markering in dambordpatroon die een bedding voorbehouden voor het gemeenschappelijk vervoer, de ruimte die zulke beddingen met elkaar verbindt, of een overweg kan afbakenen. Stilstaan en parkeren op deze markering is verboden.Zie: Wegmarkeringen De tram
- Denkbeeldige rand van de rijbaan
- Brede witte doorlopende streep die op de rijbaan is aangebracht om de rand ervan aan te duiden. Behalve op autosnelwegen en autowegen is de ruimte aan de andere kant voorbehouden voor het stilstaan en het parkeren.Zie: Wegmarkeringen Stilstaan en parkeren: de regels
- Dimlichten
- Lichten die de weg verlichten zonder te verblinden. Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en telkens wanneer de zichtbaarheid tot ongeveer 200 meter daalt, moet u de dimlichten of de grootlichten ontsteken. Zonder die lichten rijden in die omstandigheden is een zware fout op het examen.Zie: De lichten van het voertuig
- Doorlopende en onderbroken streep naast elkaar
- Een doorlopende en een onderbroken streep naast elkaar getrokken. Alleen de streep aan de kant van de bestuurder telt: na een toegelaten inhaalmanoeuvre mag hij de strepen opnieuw overschrijden om zijn plaats weer in te nemen.Zie: Wegmarkeringen Inhalen
- Doorlopende witte streep
- Streep die het verboden is te overschrijden. Wanneer ze de twee rijrichtingen scheidt, is het bovendien verboden links ervan te rijden. Ze overschrijden is een zware fout op het examen (overtreding van de 3de graad).Zie: Wegmarkeringen Inhalen
- Driewieler met motor
- Driewielig motorvoertuig dat niet beantwoordt aan de definitie van de bromfiets en waarvan de ledige massa niet meer dan 1.000 kg bedraagt. De bestuurder volgt de regels voor de bestuurders van auto's, behoudens bijzondere bepalingen.Zie: Motorfietsen en bromfietsen
E
- Eigen massa
- Massa van een rijklaar voertuig, met carrosserie, uitrusting en toebehoren, met volle brandstoftank, water en smeerolie, maar zonder passagiers of lading.Zie: Lading, afmetingen en aanhangwagen
- Elektrische fiets
- Fiets met een elektrische hulpmotor van ten hoogste 0,25 kW, waarvan de ondersteuning onderbroken wordt bij 25 km/u of zodra de fietser ophoudt met trappen. Hij blijft een rijwiel in de zin van de wegcode. Met een krachtigere motor (ten hoogste 1 kW) die ook bij 25 km/u wordt onderbroken, is het een gemotoriseerd rijwiel; met ondersteuning tot 45 km/u is het een speed pedelec, ingedeeld bij de bromfietsen.Zie: Fietsers, speed pedelecs en steps
- Erf
- Openbare wegen, tussen de verkeersborden F12a en F12b, ingericht zoals een woonerf, maar waar de activiteiten ook ambacht, handel, toerisme, onderwijs of recreatie kunnen omvatten. De regels zijn dezelfde: maximaal 20 km/u, voetgangers toegelaten over de ganse breedte, parkeren alleen op de gemarkeerde of aangeduide plaatsen.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Voetgangers
- Examencentrum
- Erkend centrum waar de examens voor het rijbewijs worden afgelegd. Er zijn er twee in Brussel (Anderlecht en Schaarbeek), veertien in Wallonië en zestien in Vlaanderen. U kiest het centrum vrij, maar het Gewest van het examen heeft gevolgen voor het praktijkexamen.
F
- Fietspad
- Deel van de openbare weg voorbehouden voor fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A, aangeduid met het verkeersbord D7 of D9, of met twee evenwijdige witte onderbroken strepen op de rijbaan. Een fietspad maakt geen deel uit van de rijbaan.Zie: Fietsers, speed pedelecs en steps De openbare weg en zijn delen
- Fietsstraat
- Vroegere naam van wat de wegcode vandaag een fietszone noemt (verkeersborden F111 en F113), die uit één enkele straat kan bestaan. De fietsers mogen er de ganse breedte van de rijbaan gebruiken (eenrichtingsverkeer) of de rechterhelft (tweerichtingsverkeer), de motorvoertuigen mogen hen niet inhalen en de snelheid is beperkt tot 30 km/u.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Fietsers, speed pedelecs en steps
- Fietszone
- Een of meer openbare wegen, tussen de verkeersborden F111 en F113, waar de fietsers de ganse breedte van de rijbaan mogen gebruiken als die alleen in hun rijrichting is opengesteld, of de rechterhelft als ze in beide rijrichtingen is opengesteld. Motorvoertuigen zijn er toegelaten, maar mogen de fietsers niet inhalen, en de snelheid is beperkt tot 30 km/u.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Fietsers, speed pedelecs en steps
G
- Gelijkgrondse berm
- Ruimte, onderscheiden van het trottoir en het fietspad, tussen de rijbaan en een sloot, een talud of de grenzen van eigendommen, op hetzelfde hoogteniveau als de rijbaan. Ze is meestal niet verhard en moeilijk begaanbaar voor voetgangers, en mag alleen gebruikt worden onder de voorwaarden die de wegcode bepaalt.Zie: De openbare weg en zijn delen Plaats op de rijbaan Voetgangers
- Gemeentelijke parkeerkaart
- Door de gemeente uitgereikte kaart die de houder recht geeft op een bijzondere parkeerregeling in de zones met beperkte parkeertijd of met betalend parkeren, en eventueel op het gebruik van voorbehouden plaatsen, volgens het gemeentelijk reglement.Zie: Gereglementeerd parkeren, blauwe zone en parkeerplaatsen voor personen met een handicap
- Gemotoriseerd rijwiel
- Twee-, drie- of vierwielig voertuig met pedalen, uitgerust met een hulpaandrijving die onderbroken wordt bij 25 km/u, en dat geen gewone elektrische fiets is: motor met inwendige verbranding van ten hoogste 50 cm³ en 1 kW, of elektrische motor van ten hoogste 1 kW.Zie: Fietsers, speed pedelecs en steps
- Gevaarherkenningstest (risicoperceptietest)
- Proef op de computer waarbij de kandidaat gevaarlijke situaties in video's moet herkennen. Ze maakt geen deel uit van het theorie-examen: in Brussel en in Vlaanderen is ze het eerste deel van het praktijkexamen, in Wallonië een afzonderlijke test (TPR) die na het theorie-examen wordt afgelegd.
- Gevaarsdriehoek
- Reflecterend teken dat u achter een stilstaand voertuig dat een gevaar vormt, nagenoeg verticaal plaatst: op minstens 30 meter op gewone wegen en op minstens 100 meter op de autosnelweg, zodat het op ongeveer 50 meter zichtbaar is. Binnen de bebouwde kom mag het, als de 30 meter onmogelijk is, dichterbij geplaatst worden, of zelfs op het voertuig.Zie: Bij een ongeval Verplichte uitrusting en onderhoud
- Gewone fout (examen)
- Fout antwoord op een vraag die niet over een zware fout gaat. Ze kost 1 punt op 50. In Vlaanderen wordt een onbeantwoorde vraag op dezelfde manier geteld.
- Graad van de overtreding
- Indeling van de overtredingen van de wegcode in vier graden, van de minst zware (1ste graad) tot de zwaarste (4de graad), vastgelegd in het koninklijk besluit van 30 september 2005. Op het theorie-examen is een fout op een vraag over een overtreding van de 3de of de 4de graad een zware fout.
- Grootlichten
- Lichten die ver reiken. Ze moeten door de dimlichten vervangen worden, met name bij het naderen van een tegenligger en wanneer u een ander voertuig volgt op minder dan 50 meter, behalve tijdens het inhalen.Zie: De lichten van het voertuig
- Gsm achter het stuur
- Het is de bestuurder verboden tijdens het rijden een gsm of een ander mobiel elektronisch apparaat met een scherm vast te houden of te bedienen, behalve in de gevallen die de wegcode voorziet. Het is een overtreding van de 3de graad: zware fout op het examen.Zie: Vermoeidheid, afleiding en gsm
H
- Haaientanden
- Gangbare naam van de dwarsstreep gevormd door witte driehoeken op de rijbaan. Ze duidt de plaats aan waar de bestuurder zo nodig moet stoppen om voorrang te verlenen ingevolge een verkeersbord B1.Zie: Voorrang verlenen en stopbord Wegmarkeringen
- Halfmaandelijks beurtelings parkeren
- Regeling waarbij de kant van de rijbaan waar parkeren toegelaten is halverwege de maand wisselt, aangeduid met de verkeersborden E5 en E7, of met het verkeersbord E11 voor een hele bebouwde kom. Het veranderen van kant gebeurt op de laatste dag van elke periode, tussen 19.30 en 20 uur.Zie: Gereglementeerd parkeren, blauwe zone en parkeerplaatsen voor personen met een handicap
I
- Inhalen
- Voorbijrijden aan een weggebruiker die in dezelfde richting rijdt. Als algemene regel geschiedt het inhalen links; rechts inhalen is alleen toegelaten in de gevallen die de wegcode voorziet, bijvoorbeeld een bestuurder die naar links is uitgeweken om links af te slaan.Zie: Inhalen
K
- Keren
- Manoeuvre waarbij u het voertuig draait om in de tegenovergestelde richting verder te rijden. Zoals elke manoeuvre verplicht het keren u om voorrang te verlenen aan de andere weggebruikers. Keren op een autosnelweg of een autoweg is een overtreding van de 4de graad: zware fout op het examen.Zie: Manoeuvres, uit een eigendom komen en achteruitrijden De autosnelweg
- Kinderbeveiligingssysteem
- Zitje of zittingverhoger dat aangepast is aan de lengte en het gewicht van het kind. Kinderen jonger dan 18 jaar die kleiner zijn dan 135 cm moeten in zo'n systeem vervoerd worden, en een kind jonger dan 3 jaar mag niet vervoerd worden op een zitplaats zonder gordel. Op het examen is een fout hierover een zware fout (3de graad).Zie: Veiligheidsgordel en kinderzitjes
- Kruisen
- Voorbijrijden aan een weggebruiker die uit de tegenovergestelde richting komt. Het kruisen geschiedt rechts, met een voldoende zijdelingse afstand. Niet rechts kruisen is een overtreding van de 3de graad: zware fout op het examen.Zie: Kruisen
- Kruising
- Gangbaar woord voor een kruispunt. De wegcode gebruikt de term “kruispunt”: de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen.Zie: Kruispunten
- Kruispunt
- Plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen. Dat is de juridische term; in de omgangstaal spreekt men ook van een kruising.Zie: Kruispunten Voorrang van rechts
- Kwetsbare weggebruikers
- Uitdrukking voor de weggebruikers die bij een aanrijding het meest blootgesteld zijn: voetgangers, fietsers, kinderen, ouderen of personen met een beperkte mobiliteit. De wegcode legt extra voorzichtigheid tegenover hen op en deelt verschillende overtredingen die hen in gevaar brengen in bij de 3de graad.Zie: Kinderen, ouderen en personen met een beperkte mobiliteit Voetgangers Fietsers, speed pedelecs en steps
L
- Lading
- Elk goed of materiaal dat door een voertuig wordt vervoerd.Zie: Lading, afmetingen en aanhangwagen
- Lage-emissiezone (LEZ)
- Zone, tussen de verkeersborden F117 en F118, waar de toegang voor motorvoertuigen beperkt is om de luchtkwaliteit en de gezondheid te beschermen. De toegangsvoorwaarden (normen, data, afwijkingen) worden bepaald door de Gewesten en de gemeenten: ze zijn niet dezelfde in Brussel, in Wallonië en in Vlaanderen.Zie: Milieuvriendelijk rijden, vervuiling en lage-emissiezones
- Landbouwvoertuig
- Landbouw- of bosbouwvoertuig met motor, op wielen of rupsbanden, met ten minste twee assen en een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten minste 6 km/u, vooral ontworpen om werktuigen te trekken, te duwen, te dragen of aan te drijven, of om aanhangwagens te trekken.Zie: Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Ledige massa
- Eigen massa van een voertuig zonder brandstof, maar met de aanvullende uitrusting voor zijn normaal gebruik en de reglementaire uitrusting, zonder bijkomende benodigdheden.Zie: Lading, afmetingen en aanhangwagen
- Luchthavengebied
- Zone rond of in de nabijheid van een luchthaven, waar de wegcode voor bepaald verkeer niet of anders van toepassing is. Ze begint aan het verkeersbord F119 en eindigt aan het verkeersbord F120.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones
M
- Manoeuvre
- Beweging die verplicht om voorrang te verlenen aan de andere weggebruikers: van rijstrook veranderen, de rijbaan oversteken, een parkeerplaats verlaten of oprijden, uit een aanpalende eigendom komen, keren of achteruitrijden. Rechtdoor rijden aan het einde van een fietspad of van rijstrook veranderen bij het ritsen is geen manoeuvre.Zie: Manoeuvres, uit een eigendom komen en achteruitrijden
- Massa in beladen toestand
- Werkelijke massa van het voertuig op een bepaald ogenblik: de eigen massa plus de massa van de lading, van de bestuurder en van alle andere vervoerde personen.Zie: Lading, afmetingen en aanhangwagen
- Maximale toegelaten massa (MTM)
- Maximale totale massa van het voertuig, bepaald volgens de weerstand van de onderdelen van het chassis, overeenkomstig het technisch reglement van de auto's. De massa in beladen toestand mag ze niet overschrijden.Zie: Lading, afmetingen en aanhangwagen Rijbewijs en boorddocumenten
- Middenberm
- Aanleg in de lengterichting om de rijbanen te scheiden. Gewone wegmarkeringen zijn geen middenberm.Zie: De openbare weg en zijn delen De autosnelweg
- Middenrijbaan
- Deel van de openbare weg afgebakend door wegmarkeringen die aan beide kanten een denkbeeldige rand van de rijbaan aanduiden. Aan weerszijden ligt een zijdelingse strook, die geen deel uitmaakt van de rijbaan.Zie: Plaats op de rijbaan Wegmarkeringen
- Mistlichten
- De voormistlichten mogen alleen gebruikt worden bij mist, sneeuwval of felle regen. De achtermistlichten alleen bij mist of sneeuwval waardoor de zichtbaarheid minder dan ongeveer 100 meter bedraagt, of bij felle regen.Zie: De lichten van het voertuig
- Motorfiets
- Tweewielig motorvoertuig, met of zonder zijspan, dat niet beantwoordt aan de definitie van de bromfiets. Het bevestigen van een aanhangwagen verandert daar niets aan.Zie: Motorfietsen en bromfietsen
- Motorvoertuig
- Elk voertuig uitgerust met een motor, bestemd om op eigen kracht te rijden.Zie: Weggebruikers en voertuigcategorieën
O
- Onderbord
- Rechthoekig bord onder een verkeersbord dat de draagwijdte ervan nader bepaalt of beperkt: afstand, lengte van het weggedeelte, betrokken categorie van weggebruikers, uitzondering, geldigheidsperiode. Als algemene regel draagt het witte opschriften op een blauwe achtergrond; de onderborden M, zwart op een witte achtergrond, betreffen fietsers, tweewielige bromfietsen en voortbewegingstoestellen.Zie: Rangorde van bevelen, verkeerstekens en verkeersregels Fietsers, speed pedelecs en steps
- Onderbroken witte streep
- Streep die rijstroken scheidt. Het is verboden ze te overschrijden, behalve om in te halen, links af te slaan, te keren of van rijstrook te veranderen (art. 72.3). Een aankondigende onderbroken streep, met kortere trekken dichter bij elkaar, waarschuwt dat een doorlopende streep nadert.Zie: Wegmarkeringen
- Openbare weg
- Weg die openstaat voor het openbaar verkeer, met al zijn delen: rijbaan, bermen, trottoirs, fietspaden. De wegcode regelt het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan door voetgangers, voertuigen en dieren, zonder hem in artikel 2 te definiëren.Zie: De openbare weg en zijn delen
- Opstelvak voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen (fietsopstelvak)
- Ruimte afgebakend door twee stopstrepen en gemarkeerd met een fietssymbool, voor een verkeerslicht, waar fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen tijdens de rode fase mogen wachten. De andere bestuurders moeten stoppen voor de eerste stopstreep.Zie: Fietsers, speed pedelecs en steps Verkeerslichten Wegmarkeringen
- Oranje streep (voorlopige markering)
- Streep of streep van oranje spijkers die gebruikt wordt voor voorlopige signalisatie, bijvoorbeeld bij werken. Een doorlopende oranje streep of een doorlopende streep van oranje spijkers overschrijden is een zware fout op het examen (overtreding van de 3de graad).Zie: Wegmarkeringen
- Oranjegeel knipperlicht
- Licht dat toelaat voorbij te rijden met dubbele voorzichtigheid. Het regelt de voorrang niet: dan gelden de voorrangsborden of, bij gebrek daaraan, de voorrang van rechts.Zie: Verkeerslichten Rangorde van bevelen, verkeerstekens en verkeersregels
- Oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen
- Markering die de plaats aanduidt waar fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen de rijbaan oversteken. Ze kan aangekondigd worden door het verkeersbord A25 en aangeduid worden door het verkeersbord F50.Zie: Fietsers, speed pedelecs en steps Wegmarkeringen
- Oversteekplaats voor voetgangers
- Plaats gemarkeerd met witte banden evenwijdig met de as van de rijbaan, waar voetgangers oversteken. Aan een oversteekplaats waar het verkeer niet geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten, nadert de bestuurder met matige snelheid en verleent hij voorrang aan de voetgangers die erop zijn of op het punt staan zich erop te begeven: een fout hierover is een zware fout op het examen.Zie: Voetgangers Wegmarkeringen
- Overweg
- Gehele of gedeeltelijke kruising van een openbare weg door een of meer buiten de rijbaan aangelegde sporen. Er stilstaan of parkeren is een overtreding van de 4de graad.Zie: Overwegen
P
- Pad
- Smalle openbare weg die alleen het verkeer toelaat van voetgangers en van voertuigen die niet meer ruimte nodig hebben dan een voetganger. De bestuurder die eruit komt, moet voorrang verlenen.Zie: De openbare weg en zijn delen Voorrang van rechts
- Parkeerstrook
- Op een andere openbare weg dan een autosnelweg of een autoweg: de strook langs de rijbaan die afgebakend is door de brede witte doorlopende streep die de denkbeeldige rand van de rijbaan aanduidt.Zie: Stilstaan en parkeren: de regels Wegmarkeringen
- Parkeren (geparkeerd voertuig)
- Een voertuig is geparkeerd wanneer het langer stilstaat dan nodig is om personen te laten in- of uitstappen, of om zaken te laden of te lossen. Tanken of de batterij van een elektrisch voertuig opladen wordt als parkeren beschouwd.Zie: Stilstaan en parkeren: de regels
- Pechstrook
- Strook rechts van de rijbaan van een autosnelweg of een autoweg. Het is verboden er te rijden, behalve voor prioritaire voertuigen met een dringende opdracht en, wanneer het verkeer sterk vertraagd is of stilstaat, voor de diensten die naar een incident gestuurd worden en de takelwagens die erheen rijden. Op het examen is het een zware fout (overtreding van de 3de graad).Zie: De autosnelweg De autowegen
- Plaatselijk verkeer (plaatselijke bediening)
- De voertuigen van de bewoners en van de personen die hen bezoeken of van hen komen, en, wanneer de aard van hun opdracht het rechtvaardigt, de voertuigen voor levering, van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer, voor onderhoud en voor toezicht. Ook de prioritaire voertuigen, de fietsers en de ruiters horen erbij.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones
- Plein
- Open ruimte waarop een of meer openbare wegen uitkomen, ingericht om er zowel het verkeer als andere activiteiten te organiseren. Een plein is een openbare weg die onderscheiden is van de wegen die erop uitkomen.Zie: Kruispunten
- Prioritair voertuig
- Voertuig uitgerust met een of meer blauwe knipperlichten en een speciaal geluidstoestel, bijvoorbeeld van de politie, de brandweer of een ambulance. Wanneer het zijn speciaal geluidstoestel gebruikt, moet u het doorgang verlenen en voorrang geven, zo nodig door te stoppen. Dat niet doen is een zware fout op het examen.Zie: Prioritaire voertuigen
- Proefexamen
- Volledige simulatie van het theorie-examen: 50 oefenvragen, maximaal 15 seconden per vraag, puntentelling −1 en −5, geslaagd vanaf 41/50 en geen verbetering voor het einde. Op Test Permis Théorique is het een onafhankelijke pedagogische oefening die de vragen van de examencentra niet overneemt.
R
- Rangorde van bevelen, verkeerstekens en verkeersregels
- Volgorde die de wegcode vastlegt: de bevelen van de bevoegde personen gaan voor op de verkeerstekens en op de verkeersregels; de verkeerstekens gaan voor op de verkeersregels; en verkeerslichten die werken, heffen de voorrangsborden op dezelfde weg op.Zie: Rangorde van bevelen, verkeerstekens en verkeersregels
- Reactieafstand
- Afstand die afgelegd wordt tijdens de reactietijd, dat wil zeggen tussen het ogenblik waarop de bestuurder het gevaar opmerkt en het ogenblik waarop hij begint te remmen. Vermoeidheid, alcohol, drugs en afleiding maken ze langer.Zie: Reactieafstand, remafstand en stopafstand Vermoeidheid, afleiding en gsm
- Reddingsstrook
- Vrije ruimte tussen twee rijstroken in een file, voor prioritaire voertuigen met een dringende opdracht, de diensten die naar een incident gestuurd worden en de takelwagens. Zodra er een file ontstaat, moet u ze vormen: bij twee rijstroken wijken de bestuurders op de linkerstrook uit naar links en die op de rechterstrook naar rechts; bij meer dan twee rijstroken wijken die op de linkerstrook uit naar links en alle anderen naar rechts.Zie: De autosnelweg Prioritaire voertuigen
- Remafstand
- Afstand die afgelegd wordt tussen het begin van het remmen en de stilstand van het voertuig. Ze neemt veel sneller toe dan de snelheid en wordt langer op een natte of gladde weg of met versleten banden.Zie: Reactieafstand, remafstand en stopafstand De banden Remmen, stuurinrichting en ophanging
- Richtingsverandering
- Rechts of links afslaan om de gevolgde rijbaan te verlaten. De bestuurder kondigt zijn bedoeling tijdig aan en verleent voorrang aan de weggebruikers die de wegcode aanwijst; geen voorrang verlenen aan de tegenliggers bij het links afslaan, of aan de betrokken fietsers en voetgangers, is een zware fout op het examen.Zie: Van richting veranderen
- Rijbaan
- Deel van de openbare weg dat ingericht is voor het voertuigenverkeer in het algemeen. De trottoirs, de bermen en de fietspaden maken er geen deel van uit.Zie: De openbare weg en zijn delen Plaats op de rijbaan
- Rijstrook
- Deel van een rijbaan dat in de langsrichting afgebakend is door een of meer witte doorlopende of onderbroken strepen, of door voorlopige oranje strepen of strepen van oranje spijkers.Zie: Rijstroken, files en voorbehouden stroken Wegmarkeringen
- Rijwiel
- Voertuig met twee of meer wielen dat door een of meer van de gebruikers wordt voortbewogen met pedalen of handgrepen: fiets, driewieler, vierwieler. Het mag een elektrische hulpmotor van ten hoogste 0,25 kW hebben, die onderbroken wordt bij 25 km/u of zodra de fietser ophoudt met trappen (elektrische fiets). Drie- en vierwielers van ten hoogste 1 meter breed worden gelijkgesteld met fietsen. Een niet bereden rijwiel wordt niet als voertuig beschouwd.Zie: Fietsers, speed pedelecs en steps Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Ritsen
- Invoegregel wanneer een rijstrook eindigt of het verkeer erop onderbroken is: de bestuurders op die rijstrook rijden door tot de plaats van de versmalling om in te voegen op de aangrenzende rijstrook, en de bestuurders op de vrije rijstrook laten hen beurtelings voor, één voertuig op twee.Zie: Ritsen (beurtelings invoegen) Rijstroken, files en voorbehouden stroken
- Rode knipperlichten (overweg)
- Twee rode lichten die beurtelings knipperen: het is verboden de stopstreep of het verkeerslicht voorbij te rijden. De overweg oprijden wanneer ze branden, of wanneer de slagbomen in beweging of gesloten zijn, is een overtreding van de 4de graad: zware fout op het examen.Zie: Overwegen Verkeerslichten
- Rood licht
- Licht dat verbiedt de stopstreep of, als er geen is, het verkeerslicht zelf voorbij te rijden. In België is de volgorde van de lichten groen, oranjegeel, rood en daarna opnieuw groen. Het rood licht negeren is een zware fout op het examen (overtreding van de 3de graad).Zie: Verkeerslichten
- Rood licht in de vorm van een kruis (boven een rijstrook)
- Rood licht in de vorm van een kruis boven een rijstrook: het is verboden die rijstrook te volgen. Er toch rijden is een zware fout op het examen (overtreding van de 3de graad).Zie: Verkeerslichten De autosnelweg
- Rotonde
- Weg waarop het verkeer in één richting rond een aangelegd middeneiland rijdt, aangeduid met het verkeersbord D5, en waarvan de toegangswegen voorzien zijn van een verkeersbord B1 of B5. Wie de rotonde oprijdt, verleent dus voorrang aan wie erop rijdt; voor het oprijden is de richtingaanwijzer niet verplicht, voor het verlaten wel.Zie: De rotonde
S
- Schoolomgeving
- Zone van een of meer openbare wegen, of gedeelten ervan, waarin de toegang tot een school is inbegrepen. Het begin en het einde worden aangeduid met de verkeersborden F4a en F4b (zone 30), waarbij het verkeersbord A23 bij het beginbord wordt gevoegd.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Kinderen, ouderen en personen met een beperkte mobiliteit Snelheidsbeperkingen
- Schoolstraat
- Openbare weg in de nabijheid van een school waar tijdelijk en tijdens bepaalde uren motorvoertuigen geweerd worden door een verkeersbord C3 met het onderbord “schoolstraat”, behoudens de aangeduide uitzonderingen. De toegelaten bestuurders rijden er stapvoets en verlenen voorrang aan de voetgangers en de fietsers.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Kinderen, ouderen en personen met een beperkte mobiliteit
- Sleep
- Groep voertuigen die aan elkaar gekoppeld zijn om door een en dezelfde kracht te worden voortbewogen, bijvoorbeeld een auto met zijn aanhangwagen.Zie: Lading, afmetingen en aanhangwagen
- Speed pedelec
- Fiets met pedalen en elektrische trapondersteuning die onderbroken wordt bij 45 km/u. De wegcode deelt hem in bij de bromfietsen, met eigen regels; in een fietszone wordt de bestuurder ervan gelijkgesteld met een fietser.Zie: Fietsers, speed pedelecs en steps Motorfietsen en bromfietsen
- Speelstraat
- Openbare weg die tijdelijk en tijdens bepaalde uren afgesloten is met hekken met het verkeersbord C3 en een onderbord. De ganse breedte is voorbehouden voor het spelen; alleen bepaalde voertuigen (bewoners, prioritaire voertuigen, voertuigen met een vergunning, fietsers) mogen erin, stapvoets en met voorrang voor wie speelt.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Kinderen, ouderen en personen met een beperkte mobiliteit
- Spitsstrook
- Deel van de openbare weg afgebakend door een onderbroken streep waarvan de trekken langer en dichter bij elkaar zijn dan die van de gewone strepen, en waarvan het gebruik tijdens de spitsuren geregeld wordt door de wegcode en de signalisatie.Zie: Rijstroken, files en voorbehouden stroken Wegmarkeringen
- Stapvoets
- Snelheid van een persoon die wandelt. Het is de snelheid die opgelegd wordt aan de bestuurders die in een voetgangerszone, een speelstraat of een schoolstraat mogen rijden, waar ze ook de doorgang moeten vrijlaten voor de voetgangers.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Voetgangers
- Stilstaan (stilstaand voertuig)
- Een voertuig staat stil wanneer het niet langer stilstaat dan nodig is om personen te laten in- of uitstappen, of om zaken te laden of te lossen. Daarna is het geparkeerd.Zie: Stilstaan en parkeren: de regels
- Stopafstand
- Afstand die afgelegd wordt tussen het ogenblik waarop de bestuurder een gevaar opmerkt en de volledige stilstand van het voertuig: de som van de reactieafstand en de remafstand. De wegcode legt op dat u rijdt met een snelheid waarmee u kunt stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien.Zie: Reactieafstand, remafstand en stopafstand
- Stoppen en voorrang verlenen (B5)
- Rood achthoekig verkeersbord dat oplegt te stoppen aan de stopstreep en daarna voorrang te verlenen aan de bestuurders die rijden op de weg die u oprijdt. Op het examen is het niet naleven ervan een overtreding van de 2de graad (−1).Zie: Voorrang verlenen en stopbord
- Stopstreep
- Witte doorlopende streep haaks op de rand van de rijbaan, die aanduidt waar de bestuurder moet stoppen voor een verkeersbord B5 (STOP) of een verkeerslicht.Zie: Voorrang verlenen en stopbord Verkeerslichten
- Straat
- Openbare weg in een bebouwde kom, geheel of gedeeltelijk omgeven door bebouwing, met toegangen tot activiteiten langs de weg en gekenmerkt door het gedeeld gebruik van de ruimte door verschillende weggebruikers. De wegen in een zone 30, een woonerf of een erf zijn straten.Zie: De openbare weg en zijn delen Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones
T
- Theorie-examen
- Eerste proef voor het rijbewijs B: 50 meerkeuzevragen, één juist antwoord, maximaal 15 seconden per vraag. U moet minstens 41/50 behalen; u kunt het afleggen vanaf 17 jaar, in een erkend examencentrum. Het formaat is hetzelfde in Brussel, in Wallonië en in Vlaanderen.
- Tram (spoorvoertuig)
- Iedere weggebruiker moet voorrang verlenen aan spoorvoertuigen en, zo nodig, het spoor zo snel mogelijk vrijmaken. De spoorvoertuigen die de openbare weg gebruiken, zijn niet onderworpen aan de wegcode.Zie: De tram
- Trottoir
- Deel van de openbare weg, al dan niet verhoogd ten opzichte van de rijbaan, speciaal ingericht voor het verkeer van voetgangers, verhard en duidelijk gescheiden van de andere delen van de openbare weg. Een trottoir dat over de rijbaan doorloopt, behoudt zijn functie voor de voetgangers.Zie: Voetgangers De openbare weg en zijn delen
V
- Vakantiezone
- Zone waar tijdelijk veel vakantiegangers verblijven, met veel voetgangers en fietsers op de openbare weg. Binnen de bebouwde kom wordt ze afgebakend met de verkeersborden F4a en F4b; buiten de bebouwde kom met een C43 met zonale geldigheid (50 of 70) gecombineerd met een A51 en een onderbord “vakantiezone”.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Snelheidsbeperkingen
- Vast oranjegeel licht
- Licht dat verbiedt de stopstreep of, als er geen is, het verkeerslicht voorbij te rijden, tenzij de bestuurder er zo dicht bij is dat hij niet meer op voldoende veilige wijze kan stoppen. Op het examen is het een overtreding van de 2de graad (−1).Zie: Verkeerslichten
- Veiligheidsafstand
- Afstand die de bestuurder moet houden tot het voertuig voor hem, voldoende om te kunnen stoppen als dat voertuig plots vertraagt of stopt.Zie: De veiligheidsafstand
- Veiligheidsgordel
- De bestuurder en de passagiers van een motorvoertuig moeten de veiligheidsgordel dragen op de plaatsen die ermee uitgerust zijn. Op het examen is hem niet dragen een overtreding van de 2de graad (−1); de regels voor het vervoer van kinderen vallen onder de 3de graad (zware fout).Zie: Veiligheidsgordel en kinderzitjes
- Verblijfsgebied
- Gebied van een of meer straten waar de verblijfsfunctie (niet-gemotoriseerde verplaatsingen en activiteiten) belangrijker wordt geacht dan de verkeersfunctie (gemotoriseerde verplaatsingen).Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones
- Verboden richting
- Verbod om een weg in te rijden in de richting waarin u rijdt, aangeduid met het verkeersbord C1 (rode schijf met een witte horizontale band). Een onderbord kan bepaalde weggebruikers uitzonderen, bijvoorbeeld de fietsers. Het verkeersbord C1 niet naleven is een zware fout op het examen (overtreding van de 3de graad).Zie: Plaats op de rijbaan Fietsers, speed pedelecs en steps
- Verdrijvingsvlak
- Deel van de rijbaan gemarkeerd met witte evenwijdige schuine strepen (verkeersgeleider of verdrijvingsvlak). Het is verboden erop te rijden, stil te staan of te parkeren.Zie: Wegmarkeringen
- Verhoogde berm
- Ruimte die hoger ligt dan de rijbaan, onderscheiden van het trottoir en het fietspad, tussen de rijbaan en een sloot, een talud of de grenzen van eigendommen. Ze is meestal niet verhard en moeilijk begaanbaar voor voetgangers.Zie: De openbare weg en zijn delen Voetgangers
- Verhoogde inrichting
- Verhoogde aanleg dwars op de openbare weg om de snelheid te matigen, zoals een verkeersdrempel of een verhoogd plateau. Ze wordt aangekondigd door het verkeersbord A14 of F87, of ligt in een zone 30. U rijdt erover met ten hoogste 30 km/u; stilstaan en parkeren zijn er verboden, behoudens plaatselijke reglementering, en het is verboden er een gespan, een gemotoriseerde tweewieler of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen (art. 17.2, 7°).Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Snelheidsbeperkingen
- Verkeersbord met zonale geldigheid (zonebord)
- Verbodsbord of bord betreffende het parkeren, weergegeven op een wit rechthoekig bord aan het begin van een zone: de regel ervan geldt in de hele zone, tot aan het eindezonebord, behalve waar een andere reglementering is aangeduid. Voorbeelden: snelheidszone, blauwe zone.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Gereglementeerd parkeren, blauwe zone en parkeerplaatsen voor personen met een handicap
- Verkeersgeleider
- Inrichting op de rijbaan om het voertuigenverkeer te kanaliseren, bestaande uit een wegmarkering, een verhoging op de rijbaan of beide.Zie: Kruispunten Wegmarkeringen
- Verkeerstekens
- Geheel van tekens die het verkeer regelen: de verkeersborden van de zes categorieën van de wegcode (gevaar, voorrang, verbod, gebod, stilstaan en parkeren, aanwijzing), de onderborden, de verkeerslichten en de wegmarkeringen. Ze gaan voor op de verkeersregels, maar moeten wijken voor de bevelen van de bevoegde personen.Zie: Rangorde van bevelen, verkeerstekens en verkeersregels Wegmarkeringen Verkeerslichten
- Vertraagd of aangepast theorie-examen
- Zitting van het theorie-examen die op afspraak georganiseerd wordt voor bepaalde kandidaten, bijvoorbeeld met een tolk of, in Brussel, bij leermoeilijkheden of een laag alfabetiseringsniveau. In Wallonië loopt sinds 1 november 2024 een proefproject met bijzondere of aangepaste zittingen.
- Vierwieler met motor
- Vierwielig motorvoertuig dat geen bromfiets is, met een ledige massa van ten hoogste 450 kg, of 600 kg als het voor goederenvervoer gebruikt wordt (zonder de batterijen voor een elektrisch voertuig). De bestuurder volgt de regels voor de bestuurders van auto's, behoudens bijzondere bepalingen.Zie: Motorfietsen en bromfietsen Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Voertuig
- Elk middel van vervoer te land, alsook alle verrijdbaar landbouw- of bedrijfsmaterieel.Zie: Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Voetganger
- Persoon die zich te voet verplaatst. Worden ook als voetganger beschouwd: personen die een kruiwagen, een kinderwagen, een rolstoel of een ander klein voertuig zonder motor aan de hand leiden, en personen die een fiets, een gemotoriseerd rijwiel of een tweewielige bromfiets aan de hand leiden.Zie: Voetgangers Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Voetgangerszone
- Openbare wegen waarvan de toegang aangeduid is met het verkeersbord F103 en de uitgang met het verkeersbord F105, voorbehouden voor voetgangers. De voertuigen die er bij uitzondering toegelaten zijn, rijden stapvoets en laten de doorgang vrij voor de voetgangers; parkeren is er verboden.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Voetgangers
- Voorlopig rijbewijs
- Rijbewijs dat het gemeentebestuur uitreikt nadat u geslaagd bent voor het theorie-examen, waarmee u tijdens een stage op de openbare weg kunt leren rijden, met of zonder begeleider naargelang de opleidingsvorm. De prijs wordt door elke gemeente bepaald.Zie: Rijbewijs en boorddocumenten
- Voorrang van rechts
- Basisregel op kruispunten: behoudens andersluidende signalisatie verleent de bestuurder voorrang aan de bestuurder die van rechts komt. De regel speelt niet wanneer de voorrang geregeld wordt door een bevoegd persoon, verkeerslichten of verkeersborden (B1, B5, B9, B15…), en de bestuurder die uit een aardeweg of een pad komt, moet altijd voorrang verlenen. Op het examen is het een overtreding van de 2de graad (−1).Zie: Voorrang van rechts
- Voorrang verlenen
- Verplichting om een andere weggebruiker te laten voorgaan: de bestuurder die voorrang moet verlenen, mag zijn weg of zijn manoeuvre alleen voortzetten als dat geen enkel risico op een ongeval meebrengt. Het verkeersbord B1, vaak samen met een dwarsstreep van witte driehoeken, legt die verplichting op aan de bestuurders die het kruispunt naderen waar het geplaatst is.Zie: Voorrang verlenen en stopbord Voorrang van rechts
- Voorrangsweg
- Openbare weg aangeduid met het verkeersbord B9 (gele ruit met witte rand): op de kruispunten moeten de bestuurders die van de andere wegen komen u voorrang verlenen, tot aan het verkeersbord B11 dat het einde van de voorrangsweg aanduidt. Het verkeersbord B15 geeft daarentegen alleen voorrang aan het volgende kruispunt.Zie: Voorrangswegen
- Voortbewegingstoestel
- Voertuig dat geen rijwiel is. Het is ofwel niet-gemotoriseerd, voortbewogen door de spierkracht van de gebruiker, ofwel gemotoriseerd, met een of meer wielen en een snelheid die door de constructie beperkt is tot 25 km/u: elektrische step, zelfbalancerend toestel, elektrische rolstoel, elektrische rolwagen voor personen met een beperkte mobiliteit. Een gemotoriseerd voortbewegingstoestel wordt niet als motorvoertuig beschouwd.Zie: Fietsers, speed pedelecs en steps Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Vrije begeleiding
- Praktijkopleiding met een begeleider, tijdens een stage met een voorlopig rijbewijs, vanaf 17 jaar in Brussel en in Wallonië. De voorwaarden (minimale duur van de stage, pedagogisch gesprek, aantal begeleiders) verschillen per Gewest.Zie: Rijbewijs en boorddocumenten
W
- Weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs
- Openbare weg, of deel van de openbare weg, voorbehouden voor voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs, waarvan het begin aangeduid is met het verkeersbord F99a of F99b en het einde met het verkeersbord F101a of F101b. Alleen de categorieën die op het verkeersbord zijn afgebeeld, zijn er toegelaten, behoudens uitzonderingen; de snelheid is er beperkt tot 30 km/u en de weggebruikers mogen elkaar niet in gevaar brengen of hinderen.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Fietsers, speed pedelecs en steps Voetgangers
- Wegcode
- Gangbare naam van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. Het regelt het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan door voetgangers, voertuigen en dieren; sommige regels zijn door de Gewesten aangepast.Zie: Rangorde van bevelen, verkeerstekens en verkeersregels
- Weggebruiker
- Elke persoon die gebruikmaakt van de openbare weg: voetganger, fietser, bestuurder, passagier, ruiter.Zie: Weggebruikers en voertuigcategorieën
- Woonerf
- Openbare wegen, tussen de verkeersborden F12a en F12b, ingericht met een overwegende woonfunctie. De snelheid is er beperkt tot 20 km/u, de voetgangers mogen de ganse breedte van de openbare weg gebruiken en spelen is er toegelaten; de bestuurders mogen hen niet in gevaar brengen of hinderen.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Voetgangers
Z
- Zijdelingse afstand (fietsers)
- Ruimte die u moet laten tussen uw voertuig en een fietser of een bestuurder van een tweewielige bromfiets die u inhaalt: minstens 1 meter binnen de bebouwde kom en minstens 1,5 meter buiten de bebouwde kom. Deze weggebruikers in gevaar brengen is een zware fout op het examen.Zie: Fietsers, speed pedelecs en steps Inhalen
- Zijdelingse strook
- Strook langs een middenrijbaan. Ze maakt geen deel uit van de rijbaan.Zie: Plaats op de rijbaan Wegmarkeringen
- Zone 30
- Zone waarvan het begin en het einde aangeduid zijn met de verkeersborden F4a en F4b, waarin de snelheid beperkt is tot 30 km/u. In Brussel is 30 km/u bovendien de algemene maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, behoudens andersluidende signalisatie.Zie: Zone 30, woonerven, fietszones en voetgangerszones Snelheidsbeperkingen
- Zware fout (examen)
- Fout antwoord op een vraag over een overtreding van de 3de of de 4de graad, of over het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid. Ze kost 5 punten, en twee zware fouten betekenen dat u niet geslaagd bent. De voorrang van rechts, de verkeersborden B1 en B5, het oranjegele licht en de gordel horen er niet bij (2de graad).
En daarna?
Definities alleen volstaan niet: ze krijgen pas hun volle betekenis in verkeerssituaties. Volg de theoriecursus in volgorde, te beginnen met de openbare weg en zijn delen en de weggebruikers en voertuigcategorieën. Test daarna wat u kent met de gratis test. Voor praktische vragen over het examen (prijs, leeftijd, documenten, score) bekijkt u de veelgestelde vragen over het theorie-examen.
Wilt u weten hoe de wegcode is opgebouwd en waar u de officiële tekst kunt raadplegen? Lees dan onze pagina over de Belgische wegcode. De Code van de openbare weg, die hem op 1 juni 2027 zal vervangen, kan sommige definities wijzigen: deze woordenlijst volgt de geldende teksten en wordt dan bijgewerkt.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen stilstaan en parkeren?
Een voertuig staat stil zolang nodig is voor het in- of uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken. Duurt het langer, dan is het geparkeerd. Tanken of een elektrisch voertuig opladen wordt als parkeren beschouwd (art. 2.22 en 2.23). Zie de les stilstaan en parkeren.
Wat is een bebouwde kom volgens de wegcode?
Het is een gebied met bebouwing waarvan de invalswegen aangeduid zijn met de verkeersborden F1, F1a of F1b, en de uitvalswegen met F3, F3a of F3b (art. 2.12). Het zijn dus de verkeersborden die het begin en het einde van de bebouwde kom bepalen, en de snelheden die er gelden. Zie de snelheidsbeperkingen.
Zijn de rijbaan en de openbare weg hetzelfde?
Nee. De rijbaan is maar een deel van de openbare weg: het deel dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht (art. 2.1). De openbare weg omvat ook de trottoirs, de bermen en de fietspaden, die geen deel uitmaken van de rijbaan. Zie de openbare weg en zijn delen.
Is iemand die zijn fiets aan de hand leidt een voetganger?
Ja. De wegcode stelt met voetgangers gelijk wie een fiets, een gemotoriseerd rijwiel of een tweewielige bromfiets aan de hand leidt, net als wie een kinderwagen of een rolstoel aan de hand leidt (art. 2.46). Zie de voetgangers.
Veranderen de definities in 2027?
De Code van de openbare weg vervangt de wegcode van 1975 op 1 juni 2027. Sommige definities kunnen dan veranderen. Tot dan gelden de huidige definities, op de weg en op het examen.
Officiële bronnen
- Wegcode (KB van 1 december 1975), art. 1 en 2 (bepalingen), geconsolideerde versie — wegcode.be (FOD Mobiliteit en Vervoer / Vias institute)
- Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad (geconsolideerde versie) — FOD Justitie – Belgisch Staatsblad (Justel)
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest – Rijopleiding en rijexamen voor rijbewijs B — Brussels Hoofdstedelijk Gewest (be.brussels)
- wegcode.be – Inwerkingtreding van de Code van de openbare weg uitgesteld — wegcode.be (FOD Mobiliteit en Vervoer / Vias institute)
Laatste controle van de regelgeving: 30/10/2026
Een fout of een gewijzigde regelgeving? Meld het ons.